De Alpen rond met twee KTM’s… en een GS1250 (3)

Er zeurt iets in mijn lies. Het voelt niet fijn. Ik analyseer mezelf even, voor zover dat mogelijk is in een stikdonkere kamer, maar na een minuut of vijf bedenk ik…het zal toch verdomme niet. Waar dit over gaat? Een niersteen. Het is me nu twee keer eerder overkomen en inmiddels ken ik de routine. En ik weet wat er komen gaat als ik niks doe. Gelukkig sleep ik sindsdien medicijnen mee. Buscopan zetpillen en Diclofenac. Even wachten nog. Misschien zakt het weg. Dat doet het niet. MIjn telefoon vertelt me dat het vier uur in de nacht is. Licht aan. Ik besluit om een set holpiepers te proppen in het daartoe bestemde gat. Die dingen werken vlot maar fijn is het allemaal niet. De pijn komt en gaat. Als om half zeven de wekker gaat voel ik eindelijk de pijn wegzakken. Het gaat. Broer Cor heeft inmiddels JP gewaarschuwd en de mannen informeren hoe de vlag erbij hangt. Dat is de goede omschrijving: de vlag hangt. Verder gaat het nu redelijk. Douchen, aankleden en naar het ontbijt. We hebben een druk programma: er moet driehonderdzeventig kilometer gestuurd worden.

Vandaag de Oostenrijkse grens over. Een heel klein stukje gelukkig nog maar. Naar Bludenz. Het betekent billenknijpen. Want die Oostenrijkers hebben bedacht dat de Europese typehomologering voor motorfietsen voor hun niet geldt. De mooiste passen in Tirol zijn begrensd. Alleen motoren die minder dan 95 dB(A) produceren mogen er nog rijden. Dus heeft Ducati met zijn Multistrada 1260 een probleem: die kan niet meer in Oostenrijk verkocht worden. Want die zit met 102 dB(A) daar ruim boven. Gelukkig zitten onze brommers onder de norm. Maar weet de Oostenrijkse Polizei dat ook? En gelden de cijfers van onze RDW ook in Oostenrijk? Geen idee. Ook grappig: die Oostenrijkers zijn zelf niet heel consequent. De eigen Polizei rijdt er rond op… Ducati Multistrada 1260. Waarvan akte. Toch benieuwd wat Frans Timmermans hiervan vindt. Straks even bellen.

Maar voordat we Oostenrijk inkomen moeten we eerst het Zwarte Woud door en dan Zwitserland. Helemaal. Van west naar oost. Op dringend advies van bandenboer Frank Switser sturen we onder Baiersbronn een dal in en inderdaad, dat is genieten. Daarna volgt de vermaarde B500. Dat is eigenlijk geen weg. Dat is een racebaan. Vermoedelijk aangelegd door Hermann Tilke. Die overal ter wereld de Formule 1 circuits neerlegt. De lokale bewoners hebben zo hun bedenkingen over Hermann. Ze proberen de randeffecten de kop in te drukken door overal flitsende totempalen in de berm te zetten. Gelukkig vertellen onze navi’s waar ze staan. Die waarschuwingen zijn sinds kort verboden in Duitsland. Weet ik. Ik heb weken gezocht naar de instelling om het uit te zetten. Nog niet gevonden. Na de vakantie zoek ik verder. Lager in het Zwarte Woud blijkt een bui de boel te hebben natgemaakt. Nee, wij blijven kurkiedroog. Maar opdrogend asfalt en nat asfalt in de schaduw onder de bomen is minder bevorderlijk voor onze bloeddruk. Het maakt dat we het pianissimo doen en de gelegenheid aangrijpen om de prachtige omgeving te bewonderen. Zoals een verzameling reuzeklokken in Furtwangen. Met een koekoek zo groot als een adelaar. Tijdens een trip van Maurice Moor heb ik die dingen al eens staan bekijken. Dus ik hoef niet meer. Ik weet nu wel hoe laat het is.

We ontmoeten ook een dependance van de Hells Angels. Of van Satudarah. Kan ook. Die emblemen op die leren jacks lijken allemaal op elkaar. We rijden de mannen achterop. Niet vreemd want die Harleys komen minder vlot vooruit dan de brommers waar wij op rijden. Ik tel even: twintig droogrekken. Twintig mannen die met hun handen in de lucht rondrijden want anders kunnen ze niet bij het stuur. Ooit vertelde zo’n knaap me dat dat lekker rijdt. Geloof ik niet. Het levert alleen een nekhernia op. Er is wel een voordeel. Met die handen hoog in de lucht kunnen de omstanders de tatoeages goed bewonderen. Om de mindere rijeigenschappen van het ijzer te compenseren hebben de mannen de uitlaten er vanaf gezaagd. Sturen doen de dingen niet maar kabaal maken des te meer. Da’s één van de redenen dat bij ons overal de dijkwegen worden afgesloten in de weekenden. Satudarah…bedankt! Je merkt, ik heb niet zoveel met die clubs. Zij met mij waarschijnlijk ook niet. Dat wil ik graag zo houden.

We draaien Zwitserland in en we weten, elke snelheidsovertreding hier kost ons een maandsalaris. En dus rijden we tweehonderd kilometer door het land zonder veel van de omgeving te zien. Immers, we hebben alle aandacht nodig om geconcentreerd onze snelheidsmeters in de gaten te houden. Hebben de brommers dan geen cruise control? Jawel, dat hebben ze. Maar van vijftig naar zestig naar tachtig en weer terug, en dat elke tien kilometer opnieuw…je blijft bijstellen. Hopeloos. Bij een zebrapad weet ik nog net op tijd te stoppen voor een overstekende moeder met kind. Excuus mevrouw, ik lette even niet op. Ik moest mijn snelheid in de gaten houden. Verder hebben die Zwitsers het prima voor elkaar.

Rond de klok van vijf bereiken we Bludenz. In Oostenrijk. We zoeken een prettig hotel op Booking maar hebben niks gereserveerd. Het prettige hotel heeft een ruime familiekamer met drie bedden. Uitstekend. En we kunnen er ook eten. Alleen niet voor eenenveertig euro totaal zoals gisteren. Dan maar niet.

Terwijl ik dit stukkie tik zitten Cor en JP nog beneden. Ik heb afgemeld want afgepeigerd. Niet zo best geslapen vannacht. Iets met een niersteen. Dus vroeg naar bed. En morgen weer fris en fruitig verder. Over de Fluëlapas, Davos, Churwalden en dan naar Italië.

Alle berichten

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Download route (gpx): Dag 02 Baiersbronn-Bludenz

1 reactie

  1. J-P. schreef:

    Liechtenstein???

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.