De Alpen rond met twee KTM’s… en een GS1250 (9)

Gisteravond hebben we er na een half uur een punt achter gezet. Toen hebben we de vrouw van de hoteleigenaar gezegd dat ze die paal kon loslaten. Nee, een fooi hebben we haar niet gegeven. De prijs voor dat brakke houten hok was hoog zat. We pakken onze spullen en ruimen het hok leeg. Nu kunnen de kippen er weer in.

We laden de brommers op en vertrekken. Vrijwel meteen gaat het mis. Het blijkt dat ik het startpunt van de route ergens in the middle of nowhere heb gezet. Mijn Garmin navigeert erheen door mij een onooglijk muizengaatje in te sturen, over het erf van boer Krelis. Geen idee of de man echt zo heet maar voor het gemak noem ik hem zo. Ik ben slecht in Franse namen. Charles de Gaulle zal het niet geweest zijn. Hoe dan ook, we lossen het op en vervolgen onze weg.

Het is nogal bewolkt weer. En met amper twintig graden ook niet echt warm. Ik heb mijn leren jack aan, dat gaat, maar Cor zit te vernikkelen in zijn doorwaaijas. Die jas is nu te enthousiast. Stoppen en omkleden. En door. Op enig moment stuurt de route ons een weggetje in, een pas op. Geen idee welke maar het slingert en draait, de weg wordt steeds smaller en slechter en we klimmen omhoog. De route gaat een bos door. Eenmaal boven gekomen meldt een bord triomfantelijk dat we op de Col de Parquetout staan. Welke? De Col de Parquetout! Nee, wij hebben er ook nog nooit van gehoord. Mart Smeets ook niet denk ik. Zou de Tour het ding gereden hebben dan was Mart beneden gebleven. Verstandig. De top zit op veertienhonderdzesendertig meter. Als je op de Bonnette geweest bent, en dat zijn we, dan krijg je van de Col de Parquetout geen harde plasser. JP heeft er de pest in. Hij vindt het gepriegel op die klotenweg helemaal niks. Excuus. Het is niet mijn schuld. Komt door TomTom en een optie die kronkelwegen heet. Dus weer stuiterend en slingerend omlaag. En door.

Na een leuke rit door een dal en een bak koffie de Alpe d’Huez op. Ja, die is zeer bekend bij ons Nederlanders. De Hollandse Berg. Joop Zoetemelk heeft er huis gehouden. Onder andere. Wim Kieft? Oh nee, die fietst niet. Nu mogen wij er huis houden. Ik schroef de boel open en spuit omhoog. Het is niet druk met wielrenners dus het kan prima. Cor en JP volgen in mijn kielzog. Boven gekomen parkeren we de brommers, proppen er een lunch in en maken de verplichte foto’s. Daarna doen we nog een rondje door het dorp want JP kent het niet. Wij wel. We hebben er zelfs een keer in een hotelletje overnacht. Dan verder over een aansluitende pas: de Pas de la Confession. Een zijweg van de Alpe d’Huez. Een mooie weg ook. Feitelijk een balkon dat een schitterend uitzicht biedt over het dal. Kan ik aanraden! En door.

De volgende Col staat op het programma. Want daarvoor ga je naar de Alpen. Voor de Cols. Nu mogen we de Glandon doen. Ook weer verrekte leuk sturen. Naar een hoogte van negentienhonderdvierentwintig meter. Er is echter een probleempje: het is nogal bewolkt. We bonken naar boven. Tot de laatste honderd hoogtemeters zich aandienen. Want daar rijden we de wolken in. In goed Nederlands: dan rijdt je in de mist. We hebben vijftig meter zicht, soms minder. Dan wordt het geen bonken meer, dan wordt het wandelen. Als we boven zijn en bij het bekende bord staan: “ik ben er helemaal klaar mee!” roept Cor. “Komen er nog meer Cols? Want dan wil ik de snelste weg naar Annecy!” Dat is de geplande eindbestemming van vandaag. Cor heeft er geen zin meer in. Da’s best lastig als je met je hoofd in de wolken staat. Cor vraagt de snelste route aan zijn TomTom. Het antwoord: die is net zover en duurt net zolang als de route die we gepland hebben. Dat schiet dus niet op. Dan toch maar gewoon weer omlaag. Eenmaal onder de wolken uit kunnen we weer gewoon zien wat we doen. En dat vind ik genieten, want de neergang vanaf de Glandon is mooi gummen. Snel opeenvolgende korte draaiers waarin je heerlijk op ritme kunt sturen. Mooi werk!

En dan nog een Col. de Col de la Madeleine. Op precies tweeduizend meter hoogte. Hetzelfde ritueel. Prachtig omhoog rijden en dan eindigen we opnieuw in de mist. Jammer. C’est La Vie. Als we eenmaal weer gewoon op de begane grond staan vervolgen we op de route Nationale. Een autoweg (geen tol) waarop we honderdtien km/u mogen. Het worden er iets meer want dat gaat vlotter. Tot we het meer van Annecy bereiken, hier de brommers langs de kant zetten en een hotel zoeken. Dat is vlot gevonden. We boeken half pension en Cor plonst in het bijhorende zwembad. De ellende in de wolken is snel vergeten. Het etablissement oogt een stuk beter als de bende waar we gisteren zaten. De douchekop hangt gewoon aan de muur en is dus bruikbaar. In de kamer kunnen we normaal onze kont keren en we vinden twee stopcontacten. Hmmm… toch ook karig. Stopcontacten is een dingetje in Frankrijk, concluderen we. Maar alles wat we willen lukt. Eten wat de pot schaft en daar is helemaal niets mis mee. We worden prettig bediend. De tafels staan op twee meter, allemaal goed. Er staat ook een paal. Daar hoeft nu niemand aan te hangen.

En morgen? Verder omhoog naar de Vogezen. Het einde begint in zicht te komen. Tsja.

Alle berichten

1 reactie

  1. Cor schreef:

    Rectificatie. Pas na de laatste col de La Madeleine was ik er ff klaar mee. Het staat vlot ff een col doen maar 20 km haarspeldbochten naar boven en zo’n 15 km idem dito naar beneden. Na 8 dagen vond ik het wel ff mooi geweest. Thats all

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.