De Alpen rond met twee KTM’s… en een GS1250 (11)

Als we in de ontbijtzaal komen liggen er pijlen op de grond. Nee, die zijn er niet speciaal voor ons neergelegd. Toen we gisteren incheckten lagen ze er ook al, alleen, toen hadden we niks in die ontbijtzaal te zoeken. Nu wel. Ontbijt. Die pijlen duiden de verplichte looprichting aan. Vanwege een virus. Het is allemaal volledig verklaarbaar en zinnig. De eigenaar van het hotel wil voorkomen dat de gasten tijdens het ontbijt allemaal door elkaar gaan lopen. De kans dat dit gaat gebeuren is niet heel groot. We kijken om ons heen en tellen alle gasten: drie. Cor, JP en ik. Wij lopen al tien dagen door elkaar heen. Heeft nooit een probleem opgeleverd. Dus we negeren de looprichting. Bovendien mogen we ons ontbijt niet zelf halen. We moeten gaan zitten en een jongeman brengt het naar ons toe. Ook goed. Zolang er maar pain, croissants en jus d’orange komt. Dat zijn we zo gewend. En koffie. Dat ook natuurlijk. De pijlen geven ook de uitgang naar buiten aan. Slim. Er komt een man de ontbijtzaal ingelopen die naar buiten wil. Hij volgt de pijlen en komt bij die uitgang. Die zit op slot. Duwen, trekken… geen succes. Dat wisten wij al want gisteravond knalden we met onze hersens, euhhh… hoofd, ook tegen die deuren aan. Wij vertellen de man in ons steenkolenfrans dat de deur niet open kan. Hij kijkt ons glazig aan en negeert ons verder volkomen. Da’s logisch. Fransen luisteren nooit naar buitenlanders. Daar zijn ze bij KLM ook hardhandig achtergekomen. Duwen, trekken… geen succes. Hardleers. Daar zijn ze bij KLM… enfin, u begrijpt het. Dan komt de receptionist van achter de balie aangerend en verteld de hardleerse Fransoos dat de deur op slot zit. Stom. Dat had ie zelf al ontdekt. De receptionist vertelt de man dat ie bij de ingang naar buiten kan. Tegen de verplichte looprichting in. Nu worden wij ongerust. En dat virus dan? Snel binden we onze mondkapjes voor. Pffff… net op tijd! We zijn gered.

We laden de brommers op en vertrekken. Het is rond de klok van negen. We moeten de laatste ruime vijfhonderd kilometer en dan zijn we thuis. Dan moeten we ons weer overgeven aan de waan van alledag. Het betere stuurwerk, dat komt er vandaag niet. We rijden door het (vrijwel verlaten) centrum van Epinal en bereiken al vlot de N4. Daar mogen we honderdtien km/u maar we ronden het af naar boven. Cor rijdt voorop en het gaat vlot. De N4 gaat over in de Franse snelweg. En nu is er helemaal niks meer aan. Zitten en gas geven. Gezicht op “dom”, blik op “oneindig”. Totdat we thuis zijn. Tot aan Luxemburg-stad rijden we met ons drieën. Dan tanken. We nemen hier alvast uitgebreid afscheid van elkaar want we gaan opsplitsen. En door. Eenmaal in België, op die vervloekt saaie snelweg richting Namen neemt JP de afslag naar Luik want hij moet naar Apeldoorn. Cor en ik houden Namen aan, dan Brussel en Antwerpen. Bij een tankstation willen we koffie en een broodje. Die koffie is lastig. Er staan twee automaten en we drukken allerlei knoppen en wapperen met pinpassen… niks. Dan ontdek ik hoe het zit. Ik heb nou eenmaal doorgeleerd. Er zijn twee koffiecounters en die staan pal naast elkaar in één blok. De pinautomaat rechts van de linker koffiecounter hoort bij de linker koffiecounter, de rechter koffiecounter heeft een eigen pinautomaat. Aan de rechterkant. Wij staan te worstelen met de linker pinautomaat en proberen koffie te persen uit de rechter koffiecounter. Dat gaat niet. Dat hebben de Belgen niet zo bedoeld. Als we er, na vijf minuten vloeken, achter zijn en eindelijk onze koffie hebben komt er een Hollander die koffie wil. U raad het al: linker pinautomaat, rechter koffiecounter. Het ligt dus echt niet aan ons. Maar deze Hollander heeft mazzel want wij helpen hem uit de brand. Hij is dolblij en wil zoenen. Wij niet. Hoe dan ook, we zijn vrienden voor het leven.

Het miezert. Een beetje. Eerder hebben we onze regenpakken aangetrokken. Het is de eerste keer in deze hele motorvakantie dat wij die dingen aantrekken. Een vreemde gewaarwording. Het waait ook. Stevig. Daar zitten we niet mee. En door. Boven Antwerpen draait Cor af richting Bergen Op Zoom. Voor hem, richting Spijkenisse, is dat handiger. Ik houd de Moerdijk aan. Het is half drie in de middag als ik de KTM de tuin inrijd. De klus is geklaard. We hebben in tien dagen vierduizend kilometer (en een beetje) weggereden.

De week was top. We hebben vrijwel uitsluitend uitstekend weer getroffen, op vandaag na dan. Oh ja: zwaar bewolkt en mist bovenop de Glandon en de Madeleine. Dat was jammer. Maar ook zweten met drieëndertig graden in Italië. We hebben het Zwarte Woud gezien, Zwitserland doorkruist, stukje Tirol in de rondte gereden, de kop van Italië gezien, door het Aostadal Frankrijk in, de Franse Alpen behoorlijk gedaan (Route des Grandes Alpe), door de Jura heen en de Vogezen, België door (verplicht nummer)…. Pffff. Maar genoten. En daar gaat het om.

Corona? Veel mondkapjes in hotels en restaurants. Tafels op twee meter. Pijlen en looproutes. Ontbijt wordt naar je toe gebracht. Het is nog relatief stil in de horeca. Erg stille steden en stille wegen. Dat heeft ook voordelen want motorrijden op wegen met weinig of geen verkeer is prettig. Je hoeft niet zoveel in te halen. Inderdaad, als je je keurig aan de snelheden houdt is al dat inhalen minder nodig. Maar ik schreef al eerder: ons tempo is hier niet zo geschikt voor. Excuus. Het ligt aan onszelf. Ik weet het.

Deze serie blogs zit erop. Ik hoop dat de lezers het een beetje gewaardeerd hebben. Zo niet… jammer. Ik pas niks aan. Het is tenslotte mijn blog. Oh ja: er komt nog een aparte pagina met alle gereden routes. Veel mensen hebben daarom gevraagd. Komt goed!

Alle berichten

2 reacties

  1. Walter schreef:

    Leuk geschreven. Mooie routes. Delen komen bekend voor.

  2. Robbie schreef:

    Mooie vakantieblog weer 👍🏼

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.