Een retourtje Harz

Terug uit Italië, nog een weekje vakantie, prettig weer, wat doe je dan? Dan ga je naar de Harz. Op de KTM. Natuurlijk. Rond de klok van tien rijd ik de straat uit. Bij Venlo de grens over. Lege Autobahn. Vrijwel tenminste. Met een kruis tussen de honderdtachtig en tweehonderd, en nog wat, schiet het lekker op. Dat houdt op als ik de A44 opdraai. Lange treinen vrachtauto’s op de rechter rijstrook. Zover als je kunt kijken. De Duitse economie draait als een tierelier zo te zien. Het autoverkeer bezet de linker rijstrook. Toch gaat het aardig vlot. Als die dozen elkaar tenminste niet gaan inhalen wat een paar keer gebeurd. Dit blijft zo tot ik rond half twee eindelijk de geplande afrit zie die het begin is van mijn toerrit door de Harz.

Het eerste stuk is aardig maar meer ook niet. De bekende Duitse dorpjes, het bekende heuvelland, bossen, grasland, akkers. Mooi. Het is prettig rijden en ik doe het op mijn gemak. Tot ik echt in de Harz zelf kom. Dan geven grote waarschuwingsborden speciaal voor motorrijders aan dat het gevaarlijk wordt. De aantallen keren dat het mis ging wordt ook aangegeven. Dit jaar vier keer. Nou, dat valt dus reuze mee. Ik ga er lekker voor zitten en draai de TomTom een halve slag zodat ik goed kan zien waar de weg heengaat. Leuk! En inderdaad, bochten. En prachtig asfalt. Nee, de steppies rijd ik niet aan de grond. Een beetje marge houden is slim op onbekende wegen. Pianissimo. Maar verder toch wel stevig sturen.

Rond de klok van vijven word ik het zat en zie ik in een dorp een hotelletje. Proberen. Gesloten. Een kwartier later herhaalt zich dat in een ander gat. Hmmmm. Ik besluit door te rijden naar Goslar. Een wat grotere plaats net achter de Harz. En daar vind ik hotel Der Achtermann. Een enorm ding. Voormalig kasteel of zo. Soort van. Vier sterren. Ik kijk even en inderdaad, er schuiven enkele bejaarden achter rollators naar buiten. Dus er is leven. Alhoewel het afhangt van wat je precies onder “leven” verstaat natuurlijk. Ieder zijn ding. Leven en laten leven. Ik loop naar binnen. Prachtige ambiance. Jan des Bouvrie heeft zijn best gedaan. In de lounge zitten nog veel meer mensen. De gemiddelde leeftijd zal ruim boven de tachtig liggen. Als ik het volk passeer op weg naar de receptie word ik verbaasd nagekeken. “Wat moet die leatherboy hier?” zie ik het spul denken. Jawel, de vriendelijke receptioniste heeft een single person zimmer frei. Inclusief frühstuck is dat negentig euro mein herr. Tsja. Dat zit erin. Vooruit maar. Het is vakantie. De kamer zoeken. Ik sjouw me de tandjes met mijn twee koffers op de tweede verdieping. Dan blijkt dat ik in de verkeerde vleugel rondloop. “Nein mein herr, zimmer 215 ist in de andere vleugel.” Ik vertaal het even voor degenen onder ons die minder Duits spreken. Ik vind zimmer 215. Dan opnieuw naar de brommer om mijn helm op te halen. Die hangt nog aan het stuur. Teruglopen langs de receptie en dan zie ik ineens een shortcut. Een mooie trap rechtstreeks naar de binnenplaats waar mijn motor staat. Er ligt alleen een zwik bouwkleden overheden maar dat zal me jeuken. Ik hoef tenslotte geen rollator mee te sjouwen. Hoe moeilijk kan het zijn? Ik heb nog geen twee stappen gezet naar die trap of de pleuris breekt uit. “Mein herr wass machen Sie jetzt? Dass geht nicht!” roept de receptioniste. Ik ben stomverbaasd. “Aan de trap wordt gewerkt! U mag er niet overheen!” Gewerkt? Echt niet! Ja, overdag misschien maar op dit moment liggen de bouwvakkers achter moeders rok. Zout op! Ik wijs naar mijn motor onderaan de trap, misschien vijftig meter verder. Maar de dame is vriendelijk maar onverbiddelijk. Deutsche gründlichkeit. Regels zijn regels in Duitsland. Sinds die gozert met dat rare snorretje en die spuuglok is er nog weinig verandert wat dat betreft. De dame vertelt dat ik moet omlopen. Ik ga op pad. Verkeerde trap. Ik raak verzeild in de wellnes area. Er lopen twee oude heren in badjas. Alsjeblieft laat die dingen niet openvallen! Ik word al niet vrolijk als ik in de spiegel kijk. De ellende van een ander kan ik echt niet erbij hebben! Terug omhoog, andere gang, nee ook niet. Das het fietsenhok. Er staat niks in. Dat snap ik. Wat mot je met een fiets als je al een rollator hebt! Uiteindelijk vind ik de uitgang naar de binnenplaats. Helm pakken, teruglopen. Dat lukt in één keer. Ik leer snel. Het is een gave.

Omkleden en even naar buiten. Aan de andere kant van het plein zie ik ineens een Mac. Toegegeven, ik ben geen grote fan van MacDonalds maar nu is het wel even verrekte makkelijk. Ik schuif een onverantwoorde berg koolhydraten, calorieën en dubbel verzadigde vetzuren naar binnen. Met zeven euries ben ik klaar. Das minder dan alleen de Vorspeisen van het hotel. Dan een rondje centrum Goslar. Vlakbij de ingang van het hotel staan twee enormere buttpluggen opgesteld. Ik kan de afschuwelijke beelden niet helemaal rijmen met de huidige clientèle van hotel Der Achtermann, alhoewel de naam toch wel aardig in de buurt komt. Een kniesoor die erop let. Weer terug neem ik een glaasje rode wijn mee naar de kamer. Ik moet een bonnetje aftekenen. Daar zie ik dat dat fucking glas negen euries kost! Ben ik er godsakke toch nog ingetrapt!

Nu op de kamer. Stukkie tikken. Ik hoor een Harley de binnenplaats opdraaien. Een hoop herrie. Da’s altijd met Harley’s. Om het gebrek aan kwaliteit te compenseren zagen die jongens de uitlaat eraf. Dan lijkt het nog wat. Stilte. Vijf minuten later nog een Harley. En weer vijf minuten later nog een! Kolere. Satudarah zal toch niet… Nah, geloof ik niet. Wat hebben die gasten nou in deze bejaardenhut te zoeken. Dan schiet me de treinrails te binnen die vlak langs het hotel loopt. Juist. Zit dat ook in de prijs inbegrepen? Gelukkig heb ik oorproppen bij me.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.