Italië, opnieuw Verbena

Een harde knal. Ik schrik wakker en zit rechtop in bed. Wa’s dat? Oh ja. September. Het jachtseizoen is geopend. Rambo staat net buiten het hek van onze Agriturismo konijnen af te knallen. Op een meter of vijftien van ons appartement. We hebben het eerder meegemaakt. Olga en ik zijn voor de vierde keer in Toscane. In dezelfde Agriturismo waar we drie keer eerder zijn geweest. Omdat we het zo’n geweldige plek vinden. Afgezien dan van Rambo en zijn A-team. Da’s minder. Een mens kan niet alles hebben. Met dat geknal in de vroege ochtend heb je wel een lekker lange dag. Dat dan weer wel. En er is een kans dat je Bugs Bunny later op je bord vindt. Dat ook.

We hebben de KTM meegenomen. Op een trailer van de overbuurman. Toscane is prachtig om rond te rijden. Inmiddels heeft de brommer er twee ritten opzitten. Beide door het Val d’Orcia. Als je op internet foto’s ziet van het Toscaanse landschap is er negentig procent kans dat de foto’s gemaakt zijn in de Val d’Orcia. Dat is prachtig. Echt. Minder prachtig zijn de wegen zelf, althans, veel van die wegen. Die zijn beroerd. Echt. de laatste keer dat de boel netjes geasfalteerd is was vlak nadat Julius Ceasar zijn strijdwagen in het Colosseum naar de gallemiezen reed. Gelukkig heeft de KTM een standje Comfort. Dat scheelt een stuk.

Natuurlijk doen we Rome. Dat moet als je in de buurt bent. We hebben Rome eerder gedaan maar toen was het weer beroerd. Regenbuien. Nu niet. Nu is het een lekkere vijfendertig graden. In tegenstelling tot de vorige keer, toen we de trein deden en een enkele dag de tijd hadden, hebben we nu een hotelletje geboekt in een buitenwijk van Rome. Dankzij TomTom is dat hotelletje snel gevonden. We arriveren rond twaalf uur. De auto kan in een afgesloten garage. Heel goed. De receptionist spreekt goed Engels. Handig. We checken in en zoeken daarna meteen het station op dat schuin aan de overkant ligt. We moeten vier haltes en tien minuten met de trein. De uitdaging is dan, welke? De borden op de gevels zeggen ons geen lor. En het is echt handig om de juiste trein te pakken anders staan we ineens in Florence in plaats van in Rome. Florence is ook mooi trouwens. Dat dan weer wel. We schieten een jongedame aan maar die blijkt geen Engels te spreken. Dat leren die Neanderthalers niet op school. Gelukkig heeft de receptioniste ons een plattengrondje met treininfo meegegeven en met wat puzzelen komen we eruit. Tien minuten later stappen we uit, net achter het St. Pietersplein in Vaticaanstad. De Paus is er niet. Die doet een tripje Ierland. Vermoedelijk wist ie dat we eraan kwamen en dacht ie: wegwezen! Op een terrasje op een boulevard scoren we een broodje. Er ploft een Hollands echtpaar naast ons neer. Ze blijken een georganiseerde sightseeing te doen en hebben net het Vaticaans museum en de Sixtijnse Kapel achter de rug. Ze vonden het niks. Want ze konden nauwelijks iets zien. Ze werden als mayonaise in een tube door de gangen heen geperst. Stoppen ging niet. En daarvoor mochten ze dertig euries per persoon aftikken. Voor Olga en mij is de conclusie simpel: we verdommen het. Ze kunnen m’n zak opblazen. Het pijpje hangt erbij. Er is een manier om het op een rustiger manier te doen maar dan moet je een uur (of twee) vóór opening voor de ingang gaan staan. Zodat je als eerste naar binnen kunt. Daar hebben we geen zin an.

Uberhaupt hebben we niet veel zin om alle musea en gebouwen van binnen te bekijken. Rome is prachtig en we vinden het voldoende om door de oude binnenstad te lopen en sfeer te snuiven. Alle bekende plekken doen we aan. Het Graf van de Onbekende Soldaat, Pantheon, Colosseum, Spaanse Trappen, Trevi fontijn. Piazza Navona, Engelenburcht, Forum Romanum. Ook het stulpje van de Paus uiteraard. We zien het allemaal, we zien het van buiten en we vinden het wel goed. Nee, we hebben geen muntjes over onze linkerschouder in de Trevifontijn gegooid. De bak met water is vrijwel gedempt met muntjes van anderen. We zijn op een trap op de hoek gaan zitten kijken naar het gedrang van andere toeristen. Die elkaar soms naar het leven staan om een selfie te kunnen maken. Kostelijk. We krijgen een beetje honger van al dat gesjok. Tegen vijven lopen we in een smal straatje in de buurt van het Colosseum en zien een eettentje met een terrasje. Er is niemand. We besluiten om neer te ploffen. Twee minuten later staat de eigenaresse naast ons om de bestelling op te nemen. We bestellen een biefstukje en een drankje. Om de tijd te doden krijgen we een voorafje aangeboden. Dan wordt de bestelling gebracht. Het stelt geen kloot voor. Een taai stukje vlees met een paar blaadjes sla en een mandje met brood van twee weken oud. We mogen vierenvijftig euries aftikken. Olga is beledigd en noemt het diefstal. Dat is het ook. Hoe zeg je dat in het Italiaans? Ik heb zo gauw geen passende vertaling van “lik m’n reet” voorhanden. Bovendien is het heet en we zijn moe. Ik heb geen zin om me er druk over te maken. Afrekenen en wegwezen. We lopen het straatje uit, nog geen honderd meter, en komen op een leuk pleintje met allemaal gezellige terrasjes en zaken waaraan je gewoon kunt afzien dat het eten er wél goed is. C’est la Vie. Oh nee, dat is Frans. Als we ‘s-avonds terug in ons hotel zijn zijn we gaar. Rome in de rondte lopen is best afzien. Zeker bij vijfendertig graden. Ik Google even naar dat mislukte eettentje. De slechte recenties liegen er niet om. We zijn niet de eersten die getild zijn. Jammer. Maar slapen doen we prima.

De volgende ochtend zouden we opnieuw Rome in kunnen maar we hebben er geen fut meer voor. We ontbijten royaal en op ons gemak en stappen rond tien uur in de auto om terug te rijden naar Toscane. Dat blijkt nog een dingetje. Ergens na zo’n tachtig kilometer hebben de Italianen de A1 autostrada afgesloten. Uit de borden boven de weg begrijp ik dat er een ongeluk is gebeurd. We moeten binnendoor. Da’s niet erg maar die duizend andere automobilisten moeten ook binnendoor. Die route blijkt de nodige wegversmallingen te bevatten vanwege onderhoud. Julius Ceaser is hier wél aan het asfalteren geslagen. Alles bij elkaar mogen we een extra uur filrijden. Gelukkig is het vakantie. Zeeën van tijd.

Andere wetenswaardigheden? Onze agriturismo heeft een tennisbaan. Dat geeft me een prima gelegenheid om mijn service te oefenen. Elke dag een uurtje met een bak met twintig ballen naast me. Werkt prima. En af en toe helpt Olga mee met ballen aangooien zodat ik ook aan forehand en backhand kan werken. Federer, eat you heart out!

We bezoeken Civita di Bagnoregio. Een historisch stadje, eigenlijk meer een burcht, bovenop een grote rots. Je kunt er niet met de auto komen. Met de motor wél maar iets zegt mij dat ze het niet goed vinden als we op de KTM over de voetgangerstraverse rijden. Want dat is de enige manier om in die burcht te geraken. De TomTom brengt ons over binnenwegen naar Bagnoregio. Schitterende omgeving. De wegen zorgen ervoor dat de vullingen uit je kiezen rammelen. Zeventig kilometer in het uur is eigenlijk al te hard, als je je nieren niet wilt beschadigen. De provincie Umbrië heeft duidelijk geen geld voor infrastructuur. Zolang de bruggen het maar houden. Ook een dingetje. We belanden in Bagnoregio op een parkeerterrein. Parkeren en een kaartje kopen. Waar is de Civita? Die burcht? Een bordje wijst ons de weg. Snel blijkt dat we heel Bagnoregio moeten doorkruisen. De burcht ligt aan de andere kant. We sjokken door het stadje. Gelukkig is het met zevenentwintig graden niet al te heet. Op een leuk terrasje scoren we een goede panini en een drankje. Bij het beginpunt van de traverse, een smalle brug, zien we een klein parkeerterrein. Fijn. Dat hadden we liever eerder geweten. Hebben wij weer. Opnieuw kaartje kopen om de traverse op te mogen. Met vijf euries p.p. valt dat mee. Dan opnieuw lopen tot we in de burcht zelf terechtkomen. Een leuke ervaring. Veel knusse terrasjes op het centrale plein. Na een uurtje hebben we het gezien en sjokken we terug. Opnieuw het hele pokkeneind dwars door het stadje. Goed voor de conditie zullen we maar denken. Italië stikt van de pittoreske stadjes en steden. Bagnoregio is er één van. Een aanbeveling.

Op het moment van schrijven is het vrijdag. Vanavond inpakken en morgen terug naar huis. Waarschijnlijk in twee dagen. Toscane en Umbrië is ons opnieuw enorm goed bevallen. Het appartement hebben we alvast weer geopteerd voor volgend jaar.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.