Alweer een rondje Frankrijk – 13

Geen Dracula. Best kans dat ie er wel is, in Allevard, maar we zitten haast op de langste dag van het jaar. Wachten totdat het donker is duurt me te lang. Ik trek het niet meer. Bij een wandelingetje voor het eten vond ik wèl een leuk, pittoresk straatje. Vlakbij het hotel. Dichtgetimmerde ramen, vervallen, verveloze deuren. Een tikje luguber. Geen blik voor de deur. Zo’n straat waar Satudhara zich thuisvoelt. En Dracula. Met die twee oude straatlantaarns en dan in het donker, hartstikke leuk voor fotowerk vanaf statief. Dat heb ik bij me. Maar, zoals gezegd, ik trek het niet meer. Ik duik m’n nest in. Toedeledoki.

Vanmorgen vroeg. Opnieuw treffen we het met het weer. Tikkie grijs maar droog en een prettige temperatuur. De rit vandaag gaat terug omhoog, naar Morteau. Waar we vorige week ook waren. Maar, in tegenstelling tot vorige keer, blijven we nu geheel aan de Franse kant als we de Jura doorkruisen. En het weer wordt steeds zonniger. Ik rijd opnieuw alleen. De route bevalt prima. Eerst een stuk snelweg van honderd kilometer wat een beetje jammer is maar met de naald op zo’n honderdvijftig of daaromtrent gaat het best rap. Bij de flitsers, die de Fransen altijd keurig met grote borden aanduiden, doe ik het even kalmer aan. Dat is goedkoper. Dan de snelweg af en verder binnendoor. Veel bossen, groene valleien, heuvels, akkers, prachtig. En rustig. Ik kom nauwelijks verkeer tegen. De route slingert zich er doorheen en het is leuk sturen. Maar uitgesproken haast heb ik niet. Tempo piano. Tegen de klok van twaalf parkeer ik de KTM ergens in een bos op een open plek. Tijd om even een uiltje te knappen in het zonnetje. Heerlijk. Een uur later weer door. Het landschap wordt nu voornamelijk agrarisch. Dat merk ik vooral aan de gehuchten waar de route doorheen loopt. Beroerde wegen, grote gaten in de weg, voor zover je het nog een weg kunt noemen, vervallen boerderijen die met verroeste ijzeren platen zijn bekleed maar die duidelijk toch bewoond worden. Overal oude landbouwwerktuigen. Het maakt een arme indruk. Je zou er nog niet dood gevonden willen worden. Ik denk dat die Macron aan de bak moet. De mensen die hier wonen hebben ongetwijfeld moeite om de eindjes aan elkaar te knopen.

Veel valt er verder niks te melden. Misschien die supermarkt waar ik naar binnen loop voor een flesje Jaegermeister. Sjagrijnig mokkel bij de kassa. Ze gromt iets over de prijs en ik heb geen idee wat. Dat kan ik ook en ik grom wat terug. Gezellig. Leuke conversatie. Dat ze gromt heeft vermoedelijk met de kilo ijzer te maken die aan haar lippen en neus hangt. Dat maakt normaal praten lastig natuurlijk. En ze heeft een klotebaantje. Dat ook. Gelukkig kan ik de cijfers op de kassa lezen. Ik heb die Ijzeren Maagd helemaal niet nodig. Het is trouwens een gokje van me. Of ze maagd is. Het zal wel niet. Dat Ijzer is zo klaar als een klontje. Betalen doe ik contact. Pinpassen en ijzer, dat gaat slecht samen.

Het is half vier als ik Morteau binnen rijd. Het hotel staat er nog. Dezelfde hut als de vorige keer. Niks mis mee. Martine is er al. Ze praat me bij en geeft me de sleutel van de kamer. Er is een feestavond vanavond, meldt ze. Het parkeerterrein van het hotel moet daarom leeg blijven. De motoren kunnen wel in de garage. Top geregeld Martine! De spullen slinger ik de kamer in en even douchen. En ook maar even een klein wasje doen. Blijkt die wasfafel niet door te lopen. Het scheelt weinig of het water loopt over de rand. Heb ik weer. Dat feest is misschien wel geinig. Het weer is in ieder geval prachtig. We gaan het zien.

Alle berichten Rondje Alpen met MoorMotor

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.