Alweer een rondje Frankrijk – 5

Op een rots hoog boven Castellane, het dorp waar we nu voor een paar dagen zitten, staat een beeld. Martine, de vrouw van Maurice, doet iedere dag een briefing van de bezienswaardigheden en ze heeft ons verteld dat er een wandeling naar dat beeld is. Dat gaan we doen. Alleen de dapperen gaan mee. Ik ben dapper. Het is maar een kilometer maar er staat een uur voor. We vertrekken om half negen, als het diner achter de kiezen zit. Al snel blijkt waarom de wandeling een uur moet duren. Het gaat namelijk omhoog. Stijl. En er ligt geen asfalt. Een verzameling stenen en keien. Waar soms het water overheen kabbelt. We zoeken naar een lift. Geen lift. Ik heb prima wandelschoenen maar die liggen thuis. Ik lijk wel een Duitser. Die hebben ook alles thuis. Schoeisel? Ouwe sneakers met gladde zolen.  Omdat die zo makkelijk in de koffer passen. Hmmm. Na zo’n vijftien minuten kabbelt het zweet door m’n bilnaad. Maar ik ben dapper. We naderen dat beeld. Prachtig uitzicht. Maar het wordt donker. Verlichting? Geen verlichting. Dan besluiten we om om te draaien. Want je moet ook weer terug over die natte keitjes. Met geen daglicht. We zijn verstandig. Morgen een nieuwe poging. Met meer licht.

De volgende ochtend. Het is prettig weer. Droog, beetje bewolkt, beetje zon. Niet koud. Maurice heeft een route van een ruime tweehonderd kilometer. Eitje. Ik rijd opnieuw met Assen-Jan (hij heet geen Assen maar hij gumt daar regelmatig rond), zijn vrouw Angelique en mijn kamergenoot Anton die prettig meerijdt. Castellane uit en vrijwel meteen slingeren. Maar we houden het beschaafd. De banden zijn tenslotte ook nog niet warm. Een ruime twee uur later doemt de Col des Champs op. Haarspeldbochten. Vele. Het betekent tig keer straatje keren. Net de Stelvio. Daar is ook geen ruk aan maar iedereen lult erover en iedereen moet erheen. Anders hoor je er niet bij. Jazeker, ik ben er ook geweest. Vele keren zelfs. Omdat de omgeving daar zo mooi is. Ik hoor erbij. We belanden boven de boomgrens en we komen in de sneeuw. Wallen van soms wel twee meter. Spectaculair. Het uitzicht over de dalen is adembenemend. En het is nog steeds prettig weer. Alles bij elkaar maakt het dat ik eigenlijk gewoon niet wil rijden. Veel liever gewoon gaan zitten en kijken. Zo mooi. Zo stil ook. Maar met zitten krijg je die route niet klaar. De andere kant van de Col is al net zo mooi.

Na de col komen we in het dorpje Guillaumes. Een leuk straatje met gezellige terrasjes. Ik herken het meteen want vorig jaar, toen ik met een vriend een weekje Alpen deed, kwam ik er ook doorheen. We scoren een geweldig broodje gezond. Alhoewel de twee dames die het etablissement runnen de kluts kwijt raken. Zeven mensen op het terras. Oei. Hoe vlieg je dat aan? Afrekenen. Ook lastig. De dames maken foutjes. Maar ze zijn hartstikke lief, ze doen hun stinkende best en we maken er geen misbruik van. We tippen ze ruim. Tip? Hoe moet dat? Op het bonnetje staat toch minder? We leggen het geduldig uit. Ach, schatten van mensen. Echt.

Na de lunch gaat de route verder. Door de Gorge de Daluis. Beter bekend als de Rode Rotsen. Veel tunnels, spectaculair landschap. Spectaculaire Jaguar. Huh? Jan gebaart dat ik opzij moet gaan. Waarom? Want we gummen net lekker. Dan zie ik in mijn spiegels een hele dikke Jaguar met een nog dikkere V10 erin, minstens, die probeert mijn uitlaat op te eten. Zo dicht zit ie achter me. Ik snap het meteen. Ik ben ook niet boos en stuur snel langs de kant. De Jaguar blaast voorbij. Uit het raampje steekt de bijrijder zijn duim omhoog. OK hoor mannen. Leef je uit. Ik weet, tegen dit soort auto’s leg je het gewoon af als motorrijder. En ik ga het niet eens proberen. Ik wil graag heelhuids thuiskomen.

De laatste vijftig kilometer. Regen. Het was ook voorspeld. En het regent vrij stevig ook. Maar het is nog maar een half uurtje naar het hotel. Who cares. Wel jammer want de weg is hier een racebaan. Prachtige bochten, breed en goed asfalt. Maar in de regen is het snel klaar. Druppend draai ik de parkeerplaats van het hotel op. De brommer kan ik onder een afdak kwijt. Mijn geplande wandeling naar dat beeld bovenop die rots, die gisteravond de mist inging, gaat nu ook even niet gebeuren. Misschien straks. Als het ophoudt met regenen.

Het diner is alweer dik voor elkaar. Wat een hondenleven.

Alle berichten Rondje Alpen met MoorMotor

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.