Rondje Duitsland – dag 6

Op internet leek het heel wat, maar als ik in Gerardmer voor de geboekte hut sta en het spul bekijk is het meteen duidelijk: ooit, ergens in de zeventiger jaren van de vorige eeuw, was het een sjieke tent. Maar dat was vroeger. Een vriendelijke hotelier heeft de reservering snel gevonden en ik mag met de sleutel naar mijn kamer op de derde verdieping. Natuurlijk is er geen lift. Die bestonden nog niet in de gloriejaren. M’n plunjebaal weegt nogal wat en piepend en hijgend vind ik de deur. De kamer stelt niet veel voor maar er staat een opgemaakt bed en er is keurig sanitair. Meer heb ik niet nodig. Wat later, op het terras, wordt de bestelde hap opgediend. Ik heb gewoon iets op de kaart aangewezen maar nu het voor mijn neus staat heb ik geen idee wat het is. Een homp vlees waar flinke botten uitsteken en een prak aardappelen. Kangoeroe, denk ik. Ik hoop dat ie een goed leven gehad heeft. Aan het stuk bot te zien heeft ie zich jarenlang de pest gelopen. Maar het vlees is goed te eten, tenminste, nadat ik het vet eraf gehaald heb. Geweldig, die Franse keuken. Hoog tijd dat Gordon Ramsay eens gaat praten met dat volk.

Donderdag. Het plan is Luxemburg. Vianden. Rob en Fred zijn er ook. Rob heeft zijn oude brommer van stal gehaald waar een dynamo in zit die het wél doet. Ik heb op de tablet een route naar Vianden geknutseld die eerst royaal door de Vogezen slingert en in totaal iets meer dan vierhonderd kilometer lang is. Het is geheel bewolkt maar het is droog en de temperatuur is prettig. Prima motorweer. Behalve opnieuw de Col de la Schlucht, de Col de Bonhomme en de Col de Wettstein doe ik ook de Col du Donon. Een prachtige weg die opnieuw is geasfalteerd, zo blijkt, die kilometers lang door de bossen slingert en waar verder geen levende ziel of ander verkeer te ontdekken valt. Een feestje. Iets later rijd ik langs een vervallen en ogenschijnlijk verlaten huis. De voordeur staat open. Iets maakt dat ik in de rem knijp, de brommer parkeer en polshoogte neem met mijn Nikon in de aanslag. Als ik in de hal sta en een deur probeer geeft ie mee en kom ik in een soort atelier, zo lijkt het. Het staat vol oude materialen en verroeste werktuigen. Geweldig. Ik fotografeer erop los. Dan de trap op en de overige kamers verkennen maar ik ben wel beducht op loshangende lijken. Want dat overkwam me tijdens een soortgelijke verkenning in Catalonië. Toegegeven, het bleek toen een pop aan een touwtje, opgehangen door een grappenmaker met morbide humor. Je schrikt je werkelijk de tandjes! De poppen zijn uitverkocht want er hangt hier niks. Gelukkig. De foto’s van de Nikon kan ik nog even niet overzetten, dat doe ik later wel.

De Vogezen uit, de Franse snelweg op. Tweehonderd kilometer blazen. Een tikkie saai. Ik houd de brommer op zo’n honderdzestig km/u om op te schieten. Dan ga ik de grens over en rijd Luxemburg in. Het weer wordt slechter. Zwaarbewolkt en er hangen buien. En inderdaad, ik krijg een flinke slok water op mijn dak. Ik stop onder een overkapping en sjor mijn regenpak aan. Dan verder over wegen waar ook boeren met hun tractoren gebruik van maken. Die jongens laten wel eens wat vallen. Op een droge weg allemaal niet erg, maar als het nat is…. Tot vier keer toe voel ik de brommer glibberen wat maakt dat ik vanaf nu als een ouwe lul van zestig de bochten rijd. Als op eieren. Maar ik houd de boel overeind en bereik tegen vijf uur heelhuids Vianden waar de zon weer volop schijnt. Vanuit de garage app ik Rob dat ik gearriveerd ben. Eenmaal weer boven zit Rob klaar op het terras van hotel Belle Vue met een groot glas bier. Ik gooi de bagage neer. Zitten. Klaar voor vandaag.

Alle berichten Rondje Duitsland

20160727_194911 (Large) 20160728_094212 (Large) 20160728_113534 (Large) 20160728_094157 (Large) 20160728_094222 (Large)

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.