Rondje Duitsland – dag 5

Nog vergeten te vertellen. Gisteren was het hotel gesloten. Met de sleutel kan ik er wel in natuurlijk. Stel je voor zeg. Maar als ik de motor achter het hotel geparkeerd heb en mijn spullen op de kamer heb gegooid, dan omlaag voor een lekker biertje op het terras…niks. De binnendeur naar het restaurant is niet op slot. Die zwaai ik joviaal open en stap naar binnen, pikdonker. De eigenaresse staat met iemand te overleggen en kijkt me verbaasd aan. Ik kijk nog verbaasder terug. “Wass machst dü?”, vraagt ze. Ik maak niks, doos! Ik wil bier! Snel en veel. Maar dat komt er dus niet. Ze legt uit dat dinsdag hun rustdag is en de tent is dicht. Ik kan wel bij de bar er pal naast terecht. Nou, dan doen ik dat toch! Hoe moeilijk kan het zijn!

Woensdag vandaag. Ik ben klaar met Duitsland en vertrek naar Frankrijk. Daar is internet trouwens toch beter. Echt waar. Het betekent wel dat de vaste aanhef van deze serie blogs niet meer klopt. Lekker belangrijk. Om even over negen rijd ik weg richting Vogezen. Gerardmèr is het doel. In de Vogezen kan ook leuk gegumd worden, weet ik uit ervaring. De streek ligt naast het Zwarte Woud. Er zit alleen een saai stuk laagland tussen. Maar eerst moet ik natuurlijk het Zwarte Woud uit en daartoe heb ik aan de TomTom een kronkelroute gevraagd. Nou, kronkelen doet het! Het ding stuurt me ergens een weggetje in waar precies één auto overheen past. Zo’n weg waar twee elkaar tegemoet komende auto’s stoppen om even te kijken hoe het verder moet. Het is ook zo’n weg waar je grind en dergelijke ongein kan verwachten. Mijn eerste reactie is “gadver”, want hier ga ik natuurlijk geen knieën aan de grond rijden, maar ik rijd toch door. Al snel rijd ik niet langs de heuvels maar eroverheen, dwars door prachtige bossen en het slingert alle kanten op. Ik stop regelmatig om foto’s van de prachtige uitzichten te maken. Het is er doodstil en eigenlijk vind ik het heerlijk. En de eerste twee uur blijf ik ook over dit soort wegen rijden. Ik neem er mijn gemak van. Geen haast! Zo leer je het Zwarte Woud van een andere kant kennen.

Boven op een heuveltop zie ik ineens heel in de verte Frankrijk liggen. Prachtig gezicht. Ik gooi de brommer langs de kant voor een foto en zet het contact af. Stilte. Totale rust. Mooi. Dan zwelt er langzaam een partij kolereherrie aan. De grond begint te trillen en er draaien twee Harley’s de hoek om. Erop twee te dikke knapen met een Duitse Wehrmachthelm op hun lelijke muil. Onder hun neuzen bungelt zo’n zeiksnor en ze hebben zo’n spijkerjack aan. Zo’n jackie dat ik al veertig jaar in de kast heb hangen maar niet aan mag van Olga “omdat ik daar de leeftijd niet meer voor heb”.  “Wat mot Satudarah nou hier in dit regenwoud?”, vraag ik me verwonderd af. De jongens rijden me voorbij. Afgezaagde uitlaten. Daar komt die takkeherrie vandaan. Harley’s, tachtig procent imago en twintig procent verouderde ellende. Ze sturen en rijden voor geen meter en om dat te compenseren zagen ze de uitlaat af, dan heb je tenminste nog iets dat indruk maakt. Zo. Dat is eruit. In het voorbijrijden zwaaien ze me vriendelijk gedag. Aardige jongens. Ik zwaai vriendelijk terug. Ik ben ook een aardige jongen. Stel je voor dat ze terugkomen en met messen gaan zwaaien! Ondertussen staat wel ineens de helft van de bomen zonder blad door dat gedreun. Bedankt hoor!

De route gaat tenslotte de Vogezen in, dwars door Colmar en daarachter rijd ik opnieuw heuvels op en bossen in. De Col de la Schlucht. Langzamerhand een bekende voor mij. Een prachtige stuurweg en ik heb er zin in. Alleen heb ik de Col niet voor mezelf. Er is wat blik dat in de weg zit en waar ik dus omheen moet. Dat lukt met honderddertig paardekrachten onder de kont gelukkig tamelijk eenvoudig. Dan bereik ik Xonrupt-Langemer, een voorstad van Gerardmer. Er staat een hotel-restaurant waar ik jaren geleden met mijn motorcluppie een Hemelvaart heb doorgebracht. “Interlaken” heet het. Ik vind de hut gemakkelijk. Dichtgespijkerd. Verlaten. Een bouwval. Ik kan me nog herinneren dat we toen met z’n allen nogal uitgelaten waren, maar om nou planken voor de ramen te spijkeren? Zo erg hebben we toch niet huisgehouden?

Morgen omhoog, naar Luxemburg. Naar Vianden. Rob en Fred zijn er ook. Rob met zijn oude Yamaha GTS. Daar zit een dynamo in die het wél doet. Daar nog even rondkijken voor ik naar huis ga. De laatste sprong is dan nog maar een stukkie van niks.

Alle berichten Rondje Duitsland

20160727_100152 (Large) Woensdag (2) (Large) Woensdag (1) (Large)

2 reacties

  1. Piet schreef:

    Wat ik me afvraag: heb je geen angst om te gummen op wegen die je niet kent? Zoals verraderlijke bochten, slecht wegdek, kuilen op de weg en noem maar op. Of lul ik nou al echt als een ouwe zak?

    • ronputti schreef:

      Nee, eigenlijk niet. Maar mijn gummen hangt wel af van de omstandigheden. Op een brede, overzichtelijke weg met een hoop ruimte rijd ik een steppie soms wel aan de grond, maar op een bospad pieker ik er niet eens over. En ik houd altijd het wegdek in de gaten met een schuin oog. Zie mijn blog van gisteren toen ik Schauinsland reed. Tenslotte laat de TomTom mij altijd vooruit het profiel van de bocht zien zodat ik weet wat eraan komt. Dat scheelt ook.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.