Opnieuw die Alpen! Dag 5

Eerlijk is eerlijk, de hut in Pra-Loup is simpel maar gezellig. We deden gisteravond een Lasagna en die was meer dan uitstekend. Dat geldt ook voor het ontbijt van vanochtend. Niets te klagen. We gaan weer op pad en het doel is nu een gat in de buurt van Lac du Verdon. La Palud heet het. Er zit een simpel hotelletje waarvan we hopen dat ze een kamer hebben. De streek is nogal populair bij toeristen dus zekerheid hebben we niet. Bij het opladen van de brommers is het al warm. De verwachtingen voor de hele streek zijn hetzelfde: rond de vijfendertig graden. Dat is het weer waarbij je beter je vizier dicht kunt houden. Dat is koeler. Raar maar waar. We doen beiden spijkerbroek en doorwaaijasje.

We krijgen meteen de Col de la Cayolle. Het is prachtig rijden en stil op de weg. Mooie vergezichten, kloven en veel stuurwerk. En opnieuw wegen die er meestal goed uitzien. Dat had ik al eerder genoemd en het valt me opnieuw op. Tot dusver rijd ik graag naar de Spaanse Pyreneeën voor dergelijk werk maar inmiddels doen de Franse wegen in de Alpen er weinig meer voor onder. Waarvan akte. Dan de Col de Valberg. Ook weer een mooie pukkel. We zien veel borden die ons vertellen dat we op de Route Des Grandes Alpes zitten. Die hebben we twee jaar terug met onze motorclub gereden maar deze jongens zaten daar niet bij. We hebben ze toen overgeslagen. Dan mogen we de Col de la Couillole weer op. Het zou gaan vervelen. Voor Fred doet het dat ook een beetje op zeker moment wat maakt dat we de geplande Col de la Madeleine overslaan. Dit zou een heen en weertje worden. We besluiten de afslag voorbij te rijden. Dan vertelt de TomTom ons dat we via een gat dat Ilonso heet naar de Verdon moeten. Tuurlijk. Maar om bij dat gat te komen moeten we een Col op die geen naam heeft. Waarschijnlijk omdat de weg uh…, niet heel best is. Het gaat een beetje op off-road rijden lijken op zeker moment. De weg wordt zodanig smal dat de Engelsen het een single road track zouden noemen. Dan wil je dus liever geen auto als tegenligger krijgen. En er ligt los grind. Niet overal maar wel voldoende om voortdurend met één oog het wegdek in de gaten te houden. Dat losse grind levert Fred zijn oeps-momentje op maar hij kan het gelukkig snel opvangen. En ook…er zit geen recht stukje weg tussen. We slingeren en draaien tot we er duizelig van worden. Fred is er op zeker moment klaar mee en ik ook wel een beetje. Maar er is weinig keus. Had dit anders gekund? Zeker wel, maar bij het maken van de route heb ik MyRoute-app gevraagd naar “maximaal hoogteverschil”. En dan doet de software dat. En zo vinden we onszelf terug op een kloteweg ergens boven de boomgrens in the middle of nowhere. Valt er ook nog iets positiefs te melden? Jawel: de uitzichten die we krijgen. Fenomenaal. We kijken kilometers ver de dalen in. En de temperatuur is te doen op deze hoogte. Tot we mogen afdalen en weer in het dal komen.

Castellane. We zien een terrasje en we doen een sandwich. En een paar liter Ice-tea. Het contante geld is op en we willen pinnen. Tegenover het terras, in een zijstraatje, zien we een La-Poste. Ik er naartoe en naar binnen. Ik ben de enige klant en een cassière tegenover me rommelt wat heen en weer. Eindelijk kan ze zich vrijmaken van het niksdoen en kijkt ze me vragend aan. “Bancomat”, vraag ik in perfect Frans. “Dous”, zegt ze en ze wijst ergens in de ruimte. Juist. Ik kijk om me heen en zien niks dat op een Bancomat lijkt. “Dous”, zegt ze weer. En dan wordt ze ongeduldig. “Dous, dous, dous, dous”, krijg ik naar mijn kop en ze blijft wijzen. Waar wijst het mens nou eigenlijk naar? Ik heb geen idee. Toch niet naar mijn gulp? Nah…ze is de zeventig voorbij, dik, en ze heeft geen tanden meer in haar mond staan. Dus dat zal niet. Ik besluit om eens naar buiten te lopen en ik stap de hoek om. De Bancomat glimlacht me tegemoet. Aha. Dus “dous” betekent “om de hoek”. Zeg dat dan meteen. Muts.

De thermometer vertelt ons dat het eenenveertig graden is. Jawel. Dat is warm en het dooit dan ook behoorlijk. Fred heeft geen zin meer in kort stuurwerk dus vragen we de snelste route naar La Palud sur Verdon. Dat levert een ritje van zeventig kilometer op en we gaan weer op pad. Kort stuurwerk, dat krijgen we niet meer, maar ook deze weg kent weinig rechte stukken. Wel prachtige lange stuurbochten en die pruimt de KTM meer dan prima. De weg gaat ook door een aantal nauwe kloven en dat levert een schitterend schouwspel op. Bij het naderen van Verdon wordt het drukker op de weg. Stukken drukker. Dat de streek toeristisch is blijkt nadrukkelijk. Campings. Tientallen. Auto’s die rondtuffen met twintig kilometer per uur. Honderden. Ook van die elektrieke stofzuigers die niet vooruit komen om de accu te sparen. Ik word te oud voor die onzin. Dan bereiken we La Palud sur Verdon. Inderdaad, het is een gat. En we vinden dat simpele hotelletje. En jawel, ze hebben een kamer vrij. Mooi. Da’s weer geregeld voor vandaag. Ik vraag of ze een Piscine hebben. “Non”, is het vriendelijke antwoord. Jammer. Dan maar gewoon douchen. Ook lekker.

Morgen verder. Naar de Mont Ventoux

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Alle berichten Rondje Alpen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.