Opnieuw die Alpen! Dag 4

Vandaag was het een kolderieke dag. Let op de woordspeling. Leuk hè. Vanwege al die Cols die we vandaag gescoord hebben. Is dat Nederlands? Gescoord? Ik ga ze dadelijk allemaal opnoemen. Het is trouwens de vraag of ik dit verhaaltje kan posten want we zitten in een bouwkeet ergens in the middle of nowhere. Ik heb net de eigenaresse geprobeerd uit te leggen wat Internet is. Daarna heeft ze een tijdje moeilijk naar de stoppenkast staan kijken. Dat hielp niet.

Ontbijten in Lanslevillard en op pad. De Cols de Mont Cenis op. Dat is een heen en weertje maar omdat het bovenop mooi schijnt te zijn doen we het. Fred vindt het goed. En een prachtig meer. Zeker. Omdraaien en weer terug en dan kan krijg ik mot met een mongool op een brommer. Bij de eerste de beste haarspeldbocht wil de mongool mij binnendoor voorbij. Op vijf meter voor die bocht, terwijl er een camper voor ons pruttelt. Ik schrik even van de actie. De mongool zit op een GS. Het zal toch godsakke niet! Ik word boos. De mongool kan niet door en moet achter mij om de camper heen. Beter. Maar ik kook nogal. Het is de eerste keer deze dagen dat ik de KTM volledig opentrek en die honderdvijfenzeventig paarden aan het werk zet. Met de brommer op het achterwiel blaas ik weg. Nee, dat is niet knap. De electronica zorgt ervoor dat het niet uit de hand loopt. De lul op de GS probeert te volgen maar ik zie hem in mijn spiegels met de seconde verder achter me verdwijnen. Ik blaas de berg af en het gaat smerig hard. Wat de teller aanwijst weet ik niet. Geen tijd voor die onzin. Beneden aangekomen zet ik de KTM langs de kant en doe een shaggie. Oh nee, ik rook niet. Beeldspraak. De KTM is subliem. Als meneer GS eindelijk langs rijdt zwaai ik even vriendelijk. Hij reageert niet. Dat snap ik. Dat soort kerels lust ik rauw. Die slobber ik bij het ontbijt als een zachtgekookt eitje.

De rest van de dag gaat voorspoedig. We doen de Col du Galibier, de Col du Lauteret, de Col d’Izoard en de Col de Vars. Op de Galibier heeft Fred geen zin om naar de top te rijden. Die heeft ie al eens gezien. Ik ook maar ik wil graag nog een keer. Ik ben er nu toch tenslotte. Fred doet het tunneltje. Wat daar leuker aan is begrijp ik niet. Het weer ziet er dreigend uit maar toch rijden we overwegend in de zon en is het gewoon heet. Wat opvalt is het prachtige wegdek op veel plaatsen. Die Fransen hebben hem flink uit hun broek laten hangen. Of komt het misschien door de Tour de France die deze Cols ook aandeed en net achter de rug is? Die Fransen hebben immers de gewoonte om al die wegen waar de Tour komt eerst te asfalteren. Hoe dan ook, we zijn er blij mee. En de Galibier? Daar sta ik voor de zoveelste keer bovenop maar het blijft een sublieme omgeving.

We arriveren in Barcelonnette. De geplande eindbestemming. We stoppen bij een door mij uitgezocht hotel maar het valt een tikkie tegen. We Googelen wat en Fred vind een hut in Pra-Loup op acht kilometer. Met een zwembad. Altijd leuk. Opnieuw op pad. Blijkt dat gat ergens halverwege een opgang naar een Col te zitten. Het is nog leuk sturen ook. Ik zie de afslag, draai erin, kijk in mijn spiegels en zie Fred voorbij rijden. Hij mist de afslag. Wachten totdat Fred terugkomt. Dat lukt. Het hotel blijkt een sjofele hut. In het restaurant is alles afgedekt met lakens. Net als in zo’n spookhut die jaren geleden door de bewoners is achtergelaten zodat de kinderen de erfenis kunnen verdelen. Hopelijk maken ze de boel op tijd aan kant want we willen wel eten straks. Maar…er is een zwembad…tje. En een jacuzzi…tje. Beter dan niks. We gaan niet zeuren. Straks even de spinraggen wegslaan en we kunnen slapen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Alle berichten Rondje Alpen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.