Naar de Pyreneeën (5). Ochagavia

Het leven bestaat uit het maken van keuzes. Die van vandaag is cruciaal. Er hangt veel vanaf. Bovenlangs of onderlangs? Lastig. Bovenlangs naar Ochagavia is een route van Maurice Moor dwars door de Franse Pyreneeën. Die is schitterend. Als het goed weer is. Dat is het niet. Tijdens het ontbijt hebben Cor en ik zitten worstelen met de kwestie. Internet vertelt ons dat het het grootste deel van de dag zal regenen in de gehele Pyreneeën. Daar is niets op tegen als je je brood als boer verdient. Dat geldt niet voor ons. Wij zijn motorrijders op vakantie. Dan gelden andere normen. Als we naar buiten kijken: grauwe lucht en het zeikt oude wijven. Wat is wijsheid?

Het punt is, die route van Maurice gaat over een aantal bloedstollende Pyreneeën Cols. Boven de tweeduizend meter. Die pukkels waar die jongens van de Tour de France ook graag overheen stuiteren. Ik heb de rit al drie keer eerder gedaan en ik weet: hij is echt mooi. Echter, wij hebben gisteren mogen ervaren hoe dat is als je die pukkels doet met takkeweer. Dan zie je geen moer. Letterlijk. In dichte mist is een gangetje van twintig km/u al hard. De hele route is haast driehonderd kilometer. Met slecht weer wordt dat nachtwerk. Dat willen we niet. Dat is niet leuk. Dat is leuk voor Thierry Baudet. Die loopt graag met zijn hoofd in de wolken. Of voor Suzanne met haar Iron Butt. Niet voor ons. Wij zijn watjes. En op leeftijd.

Het alternatief is onderlangs door het Spaanse deel over de N-260. Qua afstand bijna hetzelfde maar dan zonder Cols. Dat is verstandig. Dan kan je gewoon zien waar je rijdt. Je voelt hem aankomen: wij kiezen voor de laatste optie. We zetten de motoren voor de deur. In de lobby zitten een paar Spaanse meiden te wachten op hun vrienden. Ook motorrijders. Die jongens zijn de brommers ophalen uit de garage. De meiden hangen verveelt onderuit, telefoon in de hand, het sjagrijn druipt uit de mondhoek. Ik snap het wel. Als ik naar buiten kijk word ik ook niet vrolijk.

We gaan op pad. De regen valt mee. Het druppelt een beetje. Voldoende om de weg nat te houden. En wat blijkt: ook de route onderlangs is uitstekend te genieten! Zonder Cols. Inderdaad. Maar er valt behoorlijk wat te sturen, ook al doen wij dat pianissimo op die natte straten. En het uitzicht is meestal schitterend. Wat ook opvalt, opnieuw, is de stilte. We hebben de wegen voor onszelf. Er is nauwelijks verkeer. In de Dollemieten, in de Franse Alpen, Sauerland, de Eifel, overal krioelen zwermen motorrijders in de file door het landschap tot de lokale bevolking er stapelgek van wordt. Onder andere omdat sommige van die mannen het prettig vinden om de uitlaten onder hun motors van een niet nader te noemen Amerikaans merk vandaan te zagen. Ter verhoging van de feestvreugde. Nee, ik geef geen waardeoordeel. Maar dat die bevolking steeds vaker roept om wegafsluitingen in het weekend snap ik wel een beetje. Niet in de Pyreneeën dus. Hier heerst serene rust.

Het rijdt vlot, het slingert door het landschap en het bevalt mij uitstekend. Tegen een uur of twaalf houdt het op met regenen en breekt een zonnetje door. We gooien het tempo iets omhoog. Alles bij elkaar zit ik gewoon te genieten op de brommer. We doen een bak koffie op een terras. Er parkeert een Hollands echtpaar op Harleys. De uitlaten zitten er nog op. Als we vertrekken maken we een uitgebreid praatje. Aardige mensen.

Middag. Droog. Recht voor ons uit zien we flinke stukken blauwe lucht. Schuin rechts vóór ons komt een enorme hoosbui naar beneden. Ik zie duidelijk de grijze watergordijnen. Spannend: gaat de route er dwars doorheen of links erlangs, waar we die blauwe lucht zien. Schietgebedje. Als we dichterbij de bui komen krijgen we een paar spetters mee, maar het lijkt erop dat we er keurig langs pruttelen. “Ga bij de volgende rotonde eerste afslag rechts”, hoor ik ineens in mijn botsmuts. Ik schrik me de tandjes. Een uur lang houdt die TomTom zijn muil dicht en dan ineens vindt ie het nodig ons die hoosbui in te sturen? Sodemieter op! Maar nee. Meteen na de rotonde moeten we afdraaien naar links, bij de bui vandaan. Veel beter!

We arriveren vroeg in Ochagavia. Rond de klok van twee. Het is maar een klein dorp en het hotel is simpel gevonden. De receptie is nog dicht. Een bordje leert ons dat ie om vier uur open gaat. Dat duurt nog even. We gebruiken de tijd om een late lunch te nuttigen. Is de bedoeling. We krijgen een menukaart maar we kunnen er geen touw aan vastknopen want Spaans. Of is het Baskisch? Kan ook. Ochagavia ligt in Spaans Baskenland. Gelukkig is die ruzie met de ETA bijgelegd. Dacht ik. Voor alle zekerheid kijk ik even goed naar de lokale bevolking maar ik zie geen vesten waar spannende zaken onder verborgen zouden kunnen zitten. Bij Cor daarentegen…maar dat zal wel door dat dikke regenpak komen. Naast ons zit een echtpaar dat een broodje naar binnen zit te schuiven. Wij wijzen ernaar en maken duidelijk dat we dat ook willen. Het lukt. Dan afrekenen, de receptie gaat open en we checken in. Met handen en voeten en Google Translate, De spullen kunnen op de ruime kamer. Top.

We blijven hier drie nachten. Morgen en overmorgen doen we rondritten van Maurice Moor. De weersvoorspellingen zijn een stuk beter. Het zou zonnig en warmer moeten worden. Dat zou prettig zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.