Naar de Pyreneeën (4). Een stukkie gummen

Een topdag vandaag. Echt waar. Behalve dan die bijna koude douche op de kamer van zojuist. Maar ach, van een koude douche krijg je haar op je ballen. Ziezo. Da’s klaar. Eigenlijk kan ik nou gewoon stoppen. Maar da’s niet leuk natuurlijk. Ik kan mijn zestigduizendendrie volgers niet teleurstellen. Zijn het er zoveel? Nee. Ik jok een beetje. Ik kom niet verder dan negenenvijftigduizendenacht. Teleurstellend. Maar…lees verder.

Half acht in de ochtend. Suzanne staat buiten bij haar Triumph op punt van vertrekken. We zwaaien haar uit vanaf ons balkonnetje op de tweede verdieping. Stoere Suzanne, met haar Iron Butt. Die club, de Iron Butt Association waar ze lid van is, daar kan je gewoon lid van worden. Vertelde ze. Je hoeft daarvoor slechts één ding te doen: je moet duizend mijl afleggen. In één dag. Daarvoor moet je foto’s van kilometerstanden en tankbonnetjes overleggen zodat de organisatie je verhaal kan checken. Je weet: één mijl is ongeveer zestienhonderd meter. Dat maakt dus dat je zestienhonderd kilometer moet gummen. In één dag. Dat is best veel. Suzanne vertrekt en wij zwaaien haar gedag. Leuke meid.

Vandaag doen Cor en ik slechts tweehonderdzeventig kilometer. Die duizend mijl bewaren we voor later. We doen een rondrit. Ooit uitgezet door Maurice Moor van Moormotor. Ik heb de rit dus eerder gereden. Vier jaar geleden. Of vijf. En ik weet dus uit ervaring: hij is prachtig.

Na een prima ontbijt vertrekken we. Grijs, grauw, zwaar bewolkt. Maar wel droog. Als we het dal uitrijden gaat de route omhoog naar een pas op tweeduizend meter. Enig idee wat er gebeurt als je een pas oprijdt met zware laaghangende bewolking? Je ziet boven geen moer meer. Mist. Mijn bril beslaat. Op zeker moment rijdt ik een dappere twintig kilometer in het uur. Oef. Maar we komen boven. Daar staat een Engels sprekende spanjaard een foto van zijn brommer te nemen. We babbelen even en het is meteen gezellig. Foto’s nemen. Wij van hem. Hij van ons. Hij vertelt dat het drie kilometer verderop veel beter is. En dat blijkt. Drie kilometer verderop is het veel beter. Een prachtige stuurweg die we nog een tikkie voorzichtig nemen. Want het asfalt is nog niet helemaal droog. Een uur later is het wel droog. Overal. De zon komt door. Het wordt een dikke twintig graden. En zelfs nog meer. Cor trekt zijn lange gebreide onderbroek uit. Ik niet. Ik kan die dingen niet betalen.

De N-270. Dat is een doorgaande weg dwars door de hele Pyreneeën. Het stuk dat wij mogen doen is fenomenaal. Het is circuit Park Zandvoort. Maar dan vijftig kilometer lang. Soms hebben we een tegenligger. Ik heb ze geteld. Alle vijf. Ik voel de banden onder de KTM op temperatuur komen. Het voelt griffig, zoals de Duitsers zeggen. Plakrubber. Ik weet: het kan helemaal los. En dat doen we, Cor op zijn Kawa en ik op de KTM. Een feest. Rustig rijden gaat hier gewoon niet. Onbestaanbaar.

Daarna de Col de Boixol. In de blakende zon. Aan het begin staat een bord dat waarschuwt voor veertig kilometer alleen maar bochten. Het is naar schatting de vierde keer dat ik hem rijd en ik weet precies wat er gaat komen. Ik waarschuw Cor: hier moet je sturen tot het je je neus uitkomt. Er zit geen stukje tussen dat recht is. De bochten zijn krapper dan in de N-270 en minder overzichtelijk. Opletten geblazen en kadans zoeken. Dat is het parool. Je moet ervan houden. Dat doen wij. Daarvoor hebben wij dat hele kloteneind hiernaartoe gereden!

Nee, het is niet alleen maar gooien en smijten. Er zijn flinke stukken die we op het gemak doen. Dat geeft ons de mogelijkheid om van de omgeving te genieten. Spaans Catalonië. Droog. Dor. Vervallen stadjes. We lunchen ergens. Ik herken Spaghetti Bolognese op een Spaanse kaart. “Dos” zeg ik tegen de ober. “En dos serveza”. Dat is Spaans voor bier. Ja, ja, ik leer snel. Ik kan hier zo de politiek in. De Catalanen willen onafhankelijkheid. Ik ook. Al jaren. Het hoofd van Charles Puigdemont staart ons aan van diverse opgeplakte posters. Daar heb ik dan weer niks mee, met Charles. Gevlucht naar Brussel. Zal ik daar iets over schrijven? Nope. Dit is geen politiek blog.

Als de laatste veertig kilometer terug naar Vielha zich aandienen vraagt Cor of hij mijn KTM mag proberen. Natuurlijk mag dat! Er komt nou eenmaal een moment dat mensen eens op een echte motor willen rijden. Cor vertrekt en ik volg op zijn Kawa. Een ZZR 1400 toerfiets. Prima ding. Stuurt goed. Maar een stuk zwaarder dan de KTM. Minder feedback ook. Maar ik weet Cor aardig te volgen. Als we vlakbij Vielha in de buurt zijn trekt het dicht. Grijze grauwe wolken. Een enkele spat regen. Het wordt ook koud. Frappant. Overal prachtig weer behalve in Vielha zelf. We tanken de brommers meteen af en we wisselen weer terug. “Zo, dat stuurt makkelijk” zegt Cor. Dat weet ik. De KTM is een geweldige ragbak. Ik heb al dat geld drie jaar geleden niet voor niks uitgegeven! Je moet ervan houden natuurlijk. Dat dan weer wel.

Terug in het hotel. Een vrijwel koude douche. Dat is dan weer jammer.

1 reactie

  1. Suzanne schreef:

    Hi Ron en Cor!
    Wat goed om te lezen dat het weer toch ene zat en jullie ook een goede dag hebben gehad. Ik ben zojuist in Alès geland. Ook alle soorten weer gehad en gelukkig brak uiteindelijk het zonnetje door. 🙂
    Ik had wel een warme douche en zit nu nog even in het zonnetje. Maar bij lange na niet zulk goed gezelschap als gister! Kan niet alles hebben he..
    Die foto’s zijn leuk, kan je die mailen? 🙂 Thanks!
    Groeten aan Cor and keep the shiny side up and rubbery side down, have fun!
    Cheers, Suzanne

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.