Naar de Pyreneeën (3), Vielha

Acht uur. We rijden weg bij de Ibis. Grijs weer maar droog. Al snel draaien we de snelweg op richting het zuiden. Het reisdoel is Vielha. Een stadje in Spanje, ter hoogte van Andorra in de Pyreneeën. Na een half uur…spetters. Eerst wat miezer, vijf minuten later regen. Serieuze regen. Gadver. Maar het komt zoals het komt. Gelukkig zagen we het aankomen en hebben we op tijd de regenpakken aangetrokken. Regenpak? Jawel. Mijn dure Held textielpak met Goretex hanteert een andere definitie van waterdicht dan ikzelf. Het pak gebruikt een ruimere marge, zeg maar. Zo één waar je van binnen langzaam maar zeker nat van wordt. Daar heb ik dus geen moer aan. Die conclusie had ik al eerder getrokken en daarom heb ik de Held thuisgelaten. Er gaat niets boven leer en een ouderwetse plastic regenoverall. Het regent ook in mijn botsmuts. Dubbel gadver. Het water komt via de ventilatieopening in het kinstuk naar binnen. Dus die zet ik dan maar dicht. Het helpt. Een beetje. De echt goede oplossing is een stuk tape dat ik eroverheen plak. Fijn. Maar ja, wat kan je ook verwachten van een helm van zeshonderd euro? De ontwerpafdeling van meneer Shoei heeft hier duidelijk misgekleund. Mijn oude Schuberth had dit euvel niet. Deutsche gründlichkeit.

Tegen een uur of elf wordt het droog. Daarna wordt het zonnig. En dan wordt het zelfs een beetje warm. Beter. Uit die regenpakken! Tanken. Daarna een Peage. Ik stop in de poort en pak mijn kaartje. Geen kaartje. Waar is dat kaartje! Pleite. Shit. En nu?  “Je moet een kaartje trekken broer, betalen moet straks pas”, zegt Cor. Aha. Ik druk de knop in en daar verschijnt een kaartje. Wat zou ik moeten zonder broer? Niks! Fantastisch. Zolang ik niet in hetzelfde bed ernaast hoef te liggen tenminste. Met al die Peages raak je op zeker moment ook de kluts kwijt. Vind ik. Of zou het de leeftijd zijn?

We bonken vijfhonderd kilometer snelweg. Dan mogen we eraf van de TomTom. De laatste tweehonderd kilometer doen we binnendoor. Dat is genieten. Behalve dan dat stukje prachtige stuurweg door de bossen waar de Fransen driftig gerepareerd hebben en het wegdek toegedekt hebben met grind. Gelukkig staan er bordjes als waarschuwing. Dan draaien we de Pyreneeën in. Diepe dalen waar de weg doorheen slingert. We krijgen de eerst Cols. We moeten aan de bak: hairpins. Kappen en draaien. Alleen maar bochten. Het is nu echt genieten. Een bordje Espana markeert de grens. Dat doet het wegdek zelf ook. Van een rammelbak ineens een biljartlaken. Het verschil is enorm. Dat hebben die Spanjaarden serieus goed voor elkaar. Wij Europeanen hebben er dik aan meebetaald en dus gaan Cor en ik er goed gebruik van maken!

Tenslotte bereiken we Vielha en we vinden het hotel. Inchecken. De dame achter de receptie schrikt als we in het Engels vragen of ze Engels spreekt. “No, no!” en dan volgt er iets in het Spaans waarvan we begrijpen dat ze geen Engels spreekt. Jammer. Maar ze helpt ons vriendelijk en legt in het Spaans alles uit. We snappen er geen lor van maar we hebben wel een idee van wat ze bedoeld. Je komt een heel eind met handen en voeten en een beetje goede wil. En Google Translate. “Heee…Nederlanders. Wat leuk! Kan ik eindelijk weer eens normaal lullen.” klinkt het uit de mond van Suzanne die achter ons in de rij staat en ons hoort praten. Suzanne rijdt motor en dat doet ze in haar eentje. En ze is bezig heel Europa rond te rijden. In zes weken tijd. Dat is wat ze ons vertelt en we zijn onder de indruk. “Wat doe je vanavond?” vragen wij. “Niets” is het antwoord. “Is het dan leuk om vanavond met z’n drieën ergens een vorkje te prikken?” proberen wij. Dat vindt ze een goed plan. Het is één van de andere leuke dingen van zo’n motortrip: je ontmoet soms boeiende mensen.

We gooien de spullen op de kamer en zetten de motoren in een afgesloten garage, zo’n honderdvijftig meter verderop. We krijgen er een sleutel voor. Top. Douchen, omkleden en dan een biertje in de lobby. Dan dient Suzanne zich aan en we vinden vlakbij het hotel een restaurantje. We krijgen een menukaart in het Engels en we kunnen los. Suzanne legt ons uit hoe het zit. Ze is lid van de Iron Butt Association. En daarvoor brommert ze veertigduizend kilometer per jaar. Voor haar lol. Op haar speciaal verlaagde Triumph Explorer 800. Ze heeft zelfs een paar pagina’s gekregen in Motoplus Magazine. Poehééé. We hebben met z’n drieën een kostelijke avond. Er worden (motor)levensverhalen uitgewisseld. Morgen gaat Suzanne weer verder. Richting Zwitserland. En daarna naar de Noordkaap. Cor en ik gaan een rondrit door de Pyreneeën rijden. Minder ver, maar ook best leuk.

Als het tenminste een beetje weer is. Maar de verwachtingen zijn niet best. Ook hier niet. Enfin, we zien wel.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.