Alleen naar de Pyreneeën – dag 28. Een droplul in Dijon

Tijd voor de terugreis. Dat doe we in twee keer. Waarschijnlijk. Vandaag driehonderd kilometer omhoog naar Dijon en dan morgen laatste stukje naar de Vogezen waar de auto met aanhanger staat. Hoop ik. Als het goed is. En dan de motoren opladen en onderuitgezakt op de cruisecontrol naar huis.

Eerst maar eens Dijon. Naar hetzelfde hotel als vorig jaar. Omdat dat in het centrum ligt, wat Steven leuk vindt, en omdat er een spa en sauna in de kelder zit. Wat Steven ook leuk vindt. Ik vind alles best. Ik ben mild. Het is perfect motorweer. Zonnig en iets van drieëntwintig graden. We rijden om half tien weg. Ik heb niets bijzonders met de route gedaan. Gewoon tegen Garmin gezegd dat we geen tol- en snelwegen willen. Maar Garmin maakt er echt iets leuks van. Er zit zelfs een Col in. De Col du Marais vlakbij het meer van Annecy. Klopt. Ik had er ook nog nooit van gehoord  Is het wat? Nee. Maar de weg omhoog en omlaag is een feest. Prachtige omgeving, mooi sturen. Dat wil zeggen, zonder die route Barrée. Ik had de borden al wel zien staan maar ik las ook iets van “Vanaf 4 juli”. Hmmm, op de gok dan maar. We bonken de laatste bochten door en zien de wegwerkers. Het ziet er serieus uit. Grote twijfels. Proberen of niet? We doen het niet. Ik wil niet zo’n Franse spa in mijn nek. Terug dan maar. Niet leuk want de weg is langer dan duizend meter. Een heel stuk langer. We bonken weer omlaag maar we zijn nog geen twee minuten op pad of mijn telefoon gaat. Olga. Stoppen en kijken wat er aan de hand is. Niks, maar ze heeft een leuk nieuwtje en wil dat graag vertellen. Prima. Na het telefoongesprek willen we weer door maar er komt een Franse motard aangereden. Ik gebaar naar de man en hij stopt. Dat is logisch. Ik ben een indrukwekkende persoonlijkheid. “Le route baréé, c’est possible pour un motard?” gooi ik er in één keer uit. Tadaaaa…. ja, nou sop je op je kruk hè! Dat die Ronnie dat er in één keer uitknalt zonder Google!! “Oui, c’est possible. Je viens de passer aussi” vertelt de man. Nee ik ga dit niet vertalen. Zoek het lekker zelf uit! Ik heb ook jaren nodig gehad om zover te komen. Ik geef de man een schouderklop en hij moet erom lachen. Fransen zijn leuke mensen.

We draaien opnieuw en als we bij de wegwerkers komen gebaren ze dat we er langs kunnen. We krijgen geen spa in ons nek. Fransen zijn leuke mensen. De route omlaag is eveneens mooi rijden. We gaan boven Annecy langs en we draaien de Jura in. De smalle slingerwegen worden verruild voor brede, heel brede, overzichtelijke twee- en soms driebaans wegen met passeerstukken. En die wegen slingeren nogal. Lange, heel lange bochten. Wij vinden dat leuk. Er is weinig verkeer. De laatste keer dat ik dit had was in de Spaanse Pyreneeën. Een eeuwigheid geleden. Steven en ik schroeven het tempo op naar iets dat Koos Spee niet fijn vindt. We remmen alleen voor de (vooraf aangekondige) flitsers. Het valt op dat veel Frans blik voor ons opzij gaat als ze ons zien aankomen. Ze gaan dan tegen de zijkant van de weg rijden zodat we op dezelfde strook mogen passeren. Handig! Dat zie je in Nederland nooit. Dan krijg je een middelvinger. In de meeste gevallen bedanken we even. Met het voetje of we steken een handje uit. Leuke mensen, die Fransen. Op deze manier gaat het lekker vlot en we vinden het mooi sturen.

We naderen Dijon. We zijn er een beetje klaar mee ook. Het laatste stuk is saai. Lange, rechte wegen door weilanden. Dijon in. En ineens weet ik het weer: stoplichten. Honderden. Soms vlak achter elkaar. Niks sensoren. En alles op rood. Het duurt een eeuwigheid. Als we nog zeshonderd meter moeten naar het hotel lopen we vast in een verkeersinfarct. In een straat met maar twee rijstroken heeft iemand bedacht dat de boel open moet. Om met een enorme diamantzaag een gat te graven voor… ja, waarvoor eigenlijk? Al het verkeer moet over dezelfde rijstrook. En de boel wordt uiteraard opgeleukt door… een stoplicht. Dat eeuwig op rood staat. Welke mafketel verzint zoiets? Kunnen die halvegaren dat niet ‘s-nachts doen? Zoals in Nederland? Steven en ik kruipen achter een Franse scooter aan die zich erdoor wriemelt. Dat kunnen wij ook. De Fransen vinden het niet leuk. Ze kunnen m’n zak opblazen. Het pijpje hangt erbij. Achterlijke Fransen!

We vinden het hotel en rijden de brommers de ingang van de parkeergarage in. Dan naar de receptie om in te checken. De Franse receptionist checkt mijn reservering en alles klopt. Dan begint ie zachtjes binnensmonds in het Frans van alles te mompelen. Ik versta er helemaal niks van. Het is ook zo’n echte, arrogante, pedante Franse Fransoos. Hij doet niet de minste moeite me iets tegemoet te komen. Mag natuurlijk niet van Macron. Ik heb meteen een bloedhekel aan de vervelende werphengel. Ik begrijp iets over parkeren van de motoren, maar verder… Ik twijfel even. Zal ik dat gele hesje in zijn linkerneusgat wrotten en via zijn darmkanaal weer naar buiten trekken? Ik heb zo’n ding maar dat zit diep verstopt onderin mijn roltas. Die in de auto ligt die in de Vogzen staat. Gelukkig zit naast hem een tweede receptioniste. Ik kijk haar aan met grote, vragende, smachtende ogen. En dan vertelt ze me in goed Engels dat het parkeren van de motoren vijftien euro kost maar dat ze samen in één vak mogen staan. Héhe. Hoe moeilijk kan het zijn? Ik kijk de verzuurde droplul aan met een blik van “zie je wel? Zij kan het wél”. Hij somt de totale rekening op, wat ik niet begrijp maar ik zie het bedrag op de terminal, waarvan ik toch even schrik. Nog iets duurder dan we verwacht hadden. Kutvolk, die Fransen. Nou…niet allemaal. Vooruit. Maar deze? Heeft een goed hart maar het zou gekookt op zijn rug moeten hangen.

Naar de kamer. We gooien de spullen af, trekken een zwembroek aan en begeven ons naar het zwembad in de kelder. Voor die prijs drink ik het leeg! Maar toegegeven, na drie (kleine) baantjes ben ik er klaar mee. De spa dan. Ik met de trap omlaag. Die spa ken ik nog van vorig jaar. Niks veranderd maar de sauna is even heel erg prettig. Zeker voor mijn snotneus. Een koutje dat ik drie dagen geleden ergens heb opgepikt. Ik doe drie rondjes sauna en de koude douche blust het geheel af. Verfrissend.

En morgen? Da’s voor morgen.

Foto’s? Nauwelijks. Zo fotogeniek was het nou ook weer niet. Zeker niet na gisteren.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.