Alleen naar de Pyreneeën – dag 29. Eind goed al goed

We zijn weer thuis. Aan alles komt nu eenmaal ooit een eind. C’est La Vie.

Het oorspronkelijke idee van ons was om ‘s-avonds, de vorige avond dus, in het centrum van Dijon rond te kijken. Dat deden we vorig jaar ook en met al die wandelpromenades en winkels is dat best leuk. Het komt er niet van. Een onweersbui en een bak water gedurende de hele avond laat het plan in duigen vallen. Regenjassen en paraplu’s hebben we niet bij ons. Het resulteert erin dat we de hele avond op de hotelkamer blijven. Beetje Netflixen. Je moet toch wat.

Uitchecken. De zon schijnt maar met zestien graden vinden we het fris. In Zweden denken ze daar heel anders over, weet ik uit ervaring. We zijn niet in Zweden. De droplul van het Kyriad hotel in Dijon blijkt toch Engels te spreken. Als ik mijn creditcard op de balie leg, terwijl Steven in de garage bij de uitgang staat te wachten, hoor ik ineens “it’s okay”. Ik kijk de Franse Fransoos verbaasd aan. Indrukwekkend. Maar meer komt er niet. Prima dan. Met een stofwolk verdwijn ik door de uitgang.

Met de hele stoplichtenbende in Dijon in gedachten ontdekte ik ‘s-avonds, bij het opzetten van de route voor onze Garmins, dat er een vlotte route is van het Kyriad naar de ringweg rondom Dijon. Die route gaat over de Route Nationale. “Zullen we in de Vogezen nog een colletje rijden?” probeer ik. Maar Steven vindt het genoeg geweest. Naar huis. Een heel weekend gewoon thuis is ook prettig. We zijn het eens. Als we om half tien in de ochtend vertrekken blijkt de ringweg een goed plan. We bereiken het ding vlot. Geen stoplichten op de ring. Het duurt niet lang of we koersen naar Saint-Amé in de Vogezen waar onze auto-met-aanhanger al een week staat te wachten. De rit is vrijwel precies tweehonderd kilometer. Om half twaalf draaien we de straat in Saint-Amé in. De auto staat er nog. Dat scheelt weer gedoe. De motoren opladen en sjorren vraagt even tijd. Terwijl we daarmee bezig zijn komt de eigenaar van het huisje, dat ik voor ‘s-avonds geboekt had, aanrijden. Ik had hem een bericht gestuurd dat we afzien van die ene overnachting. Dat hij even komt checken en gedag zeggen is netjes.

De reis naar huis, van vijfhonderdzeventig kilometer zonder tolwegen, duurt zes uur. Via Namen, Brussel, Antwerpen. Ik denk dat ie thuishoort in de top-tien van saaiste wegen van Europa. Tweehonderd kilometer ongeveer rechtuit. Uitzicht? Welk uitzicht? Tenzij je van bomen en vangrails houdt. Omdat iedereen deze route rijdt, omdat het de snelste naar de Randstad is, is het druk. Altijd. Helemaal als je bij Brussel in de buurt komt. Waar ineens die idiote scherpe bocht-naar-rechts zit met die invoegstrook waar altijd alles vast staat. Met de motor vind ik het een route van niks en met de auto is dat niet anders. Maar ja, je wilt naar huis hè. Altijd klagen, die Putting. Klopt. Excuus. Een pessimist is een optimist met ervaring. Het voordeel van de auto is weer dat je onderuitgezakt met een prettig muziekje en een blikje fris comfortabeler zo’n pokkenweg aflegt. Dat is ook de hele reden dat Steven voor deze optie koos.

‘s-Avonds om zeven uur rijden we in Capelle de straat in. Losmaken en afladen. Job done. Olga filmt vanuit de deuropening onze aankomst. Leuk!

Resumé. Ik ben haast een volle maand weggeweest. Afgerond zevenduizend kilometer gereden. Drie weken alleen en één week samen met Steven. De weken alleen wilde ik anders dan anders, back to basic. Terug naar de natuur. Kamperen. Is dat bevallen? Ja. Heel erg. Was alles even leuk? Nee, natuurlijk niet. Nattigheid is wat minder in een tentje maar, terugkijkend, viel de nattigheid mee. Een aantal dagen van veertig graden is dan weer het andere uiterste. Maar ik wilde iets meemaken, iets anders ervaren dan de luxueuze manier van vakantie vieren zoals we al jaren doen. Dat is gelukt. Dingen geleerd (zelf potje koken is gedoe als je dat niet gewend bent), mensen ontmoet (geweldig; dat gaat vlot als je alleen bent; meerijden met groep Kerst Visser was ook een mooie ervaring; camping Moto Dordogne wordt een blijvertje), veel mooie natuur gezien, heerlijk gereden, en dan weer kijken hoe de volgende camping eruit ziet en hoe je terecht komt. Improviseren (banden; het wordt routine). De ervaringen bloggen… ik heb me geen minuut verveeld. De laatste week met Steven was ook top. Natuurlijk weer luxueuzer met hotels en restaurants maar samen met mijn zoon is gezellig en samen met hem rondrijden in de Alpen is altijd een feest. Je kunt weer terplekke iets delen met iemand. Da’s mooi. En de KTM? Afgezien van dat ene dashboard dingetje heeft de motor geen valse klap gegeven. Starten, lopen… probleemloos. Nog drieduizend kilometer erbij en er staat een ton op. En daar blijft het niet bij.

Volgend jaar weer zo? Waarschijnlijk! Weer zelf koken? Daar ga ik over nadenken. Dan moet ik eerst een paar dingen leren en dingen slimmer doen. Zodat boodschappen doen minder problematisch wordt. Daar heb ik maanden de tijd voor.

Nu nadenken over de volgende vakantie met Olga. Ook weer leuk.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.