Alleen naar de Pyreneeën – dag 27. Een topdag

De weersvoorspelling voor vandaag komt uit. De hele dag nauwelijks een wolk en zon. Ik mag natuurlijk helemaal niet klagen over de weersomstandigheden gedurende de weken dat ik al onderweg ben maar voor Steven ligt dat anders. Die is pas sinds afgelopen zaterdag op pad. Maar vandaag komt het helemaal goed.

Na een prima ontbijt naast het zwembad slingeren we om half tien de brommers aan. We hebben een rit voor de boeg van afgerond driehonderd kilometer. Een lusje Alpen uit en thuis Albertville. Als eerste mogen we de Cormet de Roselend op. Die kennen we nog van vorig jaar. Ergens ligt hogerop een turqoise kleurig meer. Er is een hotel/restaurant met uitzicht over dat meer. Vorig jaar was Steven (en ik ook) onder de indruk van het plaatje. We komen er nu weer langs en uiteraard stoppen we op hetzelfde punt. “Hééé” zegt Steven, “Dit kennen wij!”. Ja. Dat doen we. Er komt een Duitse motorrijder aan die ook stopt voor een foto. Als hij onze motoren ziet begint hij te pruttelen dat “wij ook van het Ibis hotel in Albertville zijn”. Ja, dat zijn wij. Ik herken zijn Moto Guzzi Norge. Die stond achter onze KTM’s geparkeerd. In het Ibis heb ik de man echter nooit gezien, laat staan gesproken. Ik voel geen band. “Du hast es schwierig für mich gemacht” antwoord ik. Want Heinz heeft zijn brommer zo geparkeerd dat ik met geen mogelijkheid meer weg kan. “Lekker bijdehand van die gozer” mompelt Steven. Heinz begint te rukken en trekken aan zijn Guzzi en ik krijg een gaatje. We kunnen door. Heinz laat ik verder in zijn sop gaar koken.

Na de Roselend mogen we de Col de L’Iseran op. Ik ben de tel kwijt hoe vaak ik die al gereden heb maar wat mij betreft komt er nooit een eind aan, aan die bezoekjes. De opgang is een hele lange, min of meer rechte weg omhoog door een dal die uitkomt bij een stuwdam (met bijhorend meer) waar ik al vele keren gestopt ben. Nu niet. Een stukje na de stuwdam begint de echte opgang naar de Iseran en die is fenomenaal. Nog steeds. En zal dat altijd blijven. Het uitzicht op de bergen rondom is zeer imponerend. We stoppen diverse keren voor foto’s. Die stop ik gewoon bij al die andere.

Na de L’Iseran krijgen we een tijdje niks. We rijden door vele dorpen, dorpjes, dalen en kloven. We krijgen koeien op de weg. Ook een leuke onderbreking! We doen ergens een lunch. We zien een enorme burcht bovenop een rots, rechts van de weg. Ik heb het ding al vaker gezien en elke keer krijg ik de neiging om te stoppen en de boel te bezichtigen. Dat kan ook, maar al die keren past het niet in het schema. Nu ook niet. Dus bonken we verder, alhoewel dat bonken regelmatig wordt beperkt door de vele stukken met uitgestrooide gravillons. Vaak valt het mee en kunnen we er goed mee overweg maar nu krijgen we een stukje waar een behoorlijk laag is neergegooid. Ik voel de motor glijden en moet even slim ingrijpen. Voor Steven geldt hetzelfde. Niks mis met onze reflexen. En weer door.

Een nieuwe Col dient zich aan. De Col de la Croix de Fèr, ofwel de berg van het ijzeren kruis. Opnieuw moeten we flink aan de bak. Deze opgang kenmerkt zich door wat smallere slingerwegen met ontelbare, meestal blinde bochten die tamelijk kort acher elkaar liggen. Het wegdek is vaak ook slecht. Een wasbord. Ik zet de demping dan in de Comfort stand. Dan is het wel te doen. Het verlangt technisch rijden. Daar weten wij raad mee. Bovenaan gekomen stoppen voor de verplichte foto en genieten van het geweldige uitzicht. Ik maak een filmpje. Als ik terugkom bij de motoren staat Steven met een Nederlandse KTM-rijder te praten die van Horizon Motorreizen blijkt te zijn. Hij maakt en verkent routes voor die organisatie.

Na de Croix de Fer krijgen we de Col du Glandon maar dat is eigenlijk twee voor de prijs van één want de Cols liggen slechts tweeënhalve kilometer van elkaar. Als je de Croix de Fer gehad hebt is er geen keus: de Glandon krijg je er gratis bij. Maar ook het uitzicht is hier weer fenomenaal. De Glandon heeft een stukje grasland met een mooie richel aan de rand waar ik ooit, toen nog met de Triumph, een uurtje gewoon ben gaan zitten om te kijken. Zo mooi. De Glandon omlaag is pittig. Een smalle weg met vele heel korte haarspeldbochten waar je, zoals altijd, tegenliggers kunt verwachten maar met de geringe breedte van de weg is dat extra opletten. Ook dit betekent weer technisch rijden en vooral goed kijken. Het vraagt uithoudingsvermogen. En het is niet in een kwartiertje gedaan. Daar is de route omlaag te lang voor.

Het laatste uur naar het Le Roma in Albertsville. Het loopt tegen vieren in de middag, met dertig graden is het best warm in onze pakken en we zijn er een beetje klaar mee. We willen het zwembad in. En zo geschiedde. Hemels.

 

 

 

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.