Alleen naar de Pyreneeën – dag 26. Dag van alles wat

Gezien de slechte weersverwachtingen voor de Alpen hebben we gisterenavond, maandagavond, besloten om morgen, vandaag dus, in Albertville te blijven hangen. Een dag niks doen. Een dag in Albertville rondkijken. Woensdag, morgen dus, zou het een mooie dag moeten worden. Dan willen we een rondje bekende Cols doen. Vanuit Albertville. Een lusje uit en thuis. Ik vraag de receptie daarom voor twee extra overnachtingen in het hotel. Dat blijkt niet te kunnen. Het hotel zit volgeboekt. “Excusez mondieur”. Het meisje kan er niks aan doen. Terug op de kamer zoeken we een andere hut in Albertville. Die vinden we. Op nog geen vijfhonderd meter van waar we nu zitten. Hotel Le Roma. Met een zwembad. Voor vrijwel dezelfde prijs als wat we in de Ibis moeten betalen. We doen het.

We hoeven uiterlijk pas om twaalf uur de kamer uit. Haasten is nergens voor nodig. We slapen een soort van uit (acht uur) en gaan op het gemak ontbijten. Dat valt een tikje tegen. Wat we willen is er maar ook niet meer dan dat. Ik moet vragen naar een zoutvaatje voor mijn eitje. Het meisje gaat op zoek en komt terug met een zoutvaatje dat ze verveelt voor mijn neus zet. Tsja meid, het zou mijn baan ook niet zijn, denk ik bij mezelf. Hoe oud zou ze zijn? Zestien? Zoiets.

Buiten schijnt de zon en de lucht is vrijwel blauw. Steven en ik zijn een beetje verbaasd. En die slechte voorspelling dan? Die blijkt verplaatst naar eind van de middag. Het leidt ertoe dat we een kort toertje brommeren van honderd kilometer. Twee uurtjes rijden. Met als eindpunt hotel le Roma. Ik heb een route geknutseld die langs het meer van Annecy gaat en dan ter hoogte van Annecy het binnenland indraait, door het “Massif des Bauges”. We vertrekken om iets over tienen. De eerste veertig kilometer zijn saai. Over hoofdwegen met veel verkeer. Als we daarna de hoofdweg verlaten en het Massif indraaien wordt het prettig. Een mooie omgeving met nauwelijks verkeer. Zo hebben we het graag. Prachtige slingerwegen door bossen en dalen. We klimmen naar de top van de Col du Frêne. Ik had er nog nooit van gehoord. Is dat wat? Nee. Maar de rit omhoog is leuk sturen en vooral de afgang aan de zuidkant is pittig met vele haarspeldbochten.

Rond half één zit de rit erop en staan we bij le Roma voor de deur. Inchecken kan pas vanaf vier uur maar ik probeer het toch. Je weet nooit. Een vriendelijke receptioniste, die goed Engels spreekt dus het kan wel degelijk, bevestigd de boeking maar merkt ook op dat we nogal vroeg zijn. “Dat klopt mevrouw. Excuus!”. Ze checkt of de kamer al beschikbaar is en dat blijkt het geval. We kunnen erin. Het hotel is nogal groot en we stiefelen door een enorme gang voor we eindelijk de kamer gevonden hebben. Het hotel oogt wat stoffig en oubollig maar het is wel keurig. Het heeft iets van oude grandeur. Het zou een Engelse tent kunnen zijn. We treffen een redelijk ruime kamer met airco en balkon. Keurig sanitair. We klagen niet. We gooien de spullen op de kamer en trekken de zwembroeken aan. Bij de receptie vraag ik voor de zekerheid of het zwembad beschikbaar is. “Maar natuurlijk meneer!”, is de enigszins verbaasde reactie. “Omdat ernaast mensen zitten te lunchen” reageer ik voorkomend. Ik zou me kunnen voorstellen… “Dan moeten die mensen daar niet gaan zitten meneer” antwoord de receptioniste laconiek. Kijk! Een Francaise die het begrijpt. Een mens naar mijn hart. Ze bestaan!

We plonzen het zwembad in en dat is heerlijk verfrissend. In de bar naast het zwembad bestel ik twee tapbiertjes. Ik wacht om ze te kunnen meenemen maar daar wil de dame niet van weten. Ze komt ze naar ons toe brengen bij het zwembad, meldt ze beslist. Top. Als de biertjes komen doet de dame haar best het ons naar de zin te maken. Ik ga dit hotel steeds beter vinden. We houden het een klein uur vol bij het zwembad maar dan betrekt de lucht en verdwijnt de zon. Terug naar de kamer en aankleden. Voor een paar boodschappen bij de Lidl die vlakbij het hotel zit. En we ontdekken een whiskyspecialist. “Even kijken?” vraag is Steven. “Tuurlijk”. De speciaalzaak is verlaten op de eigenaar na die ons vriendelijk begroet als we binnenkomen. De man spreekt geen Engels. Ik maak hem duidelijk dat we Hollandse toeristen zijn en even willen kijken. “Naturellement” krijg ik terug. Ik vertel Steven datgene dat ik weet van de flessen die er staan en de eigenaar slaat het geamuseerd gade. We kopen niks. Vijfhonderd euro voor een Highland Park van achttien jaar gaat mijn budget te boven. En hij past niet in mijn tanktas. Dat vooral.

Terug in het hotel. Het weer is broeierig geworden. Een uurtje later gaat het onweren en begint het te plenzen. Dit stukje weersvoorspelling klopt. Eten in het restaurant van het hotel kan niet want volgeboekt. Ik weet niet of dat erg is. Het is waarschijnlijk dat de prijzen op de menukaart passen bij de prijzen van de whiskyflessen bij die specialist. En dat hebben we er niet voor over. Op loopafstand zit een Buffalo Grill. En daar hebben we goede ervaringen mee.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.