Buffelen in Nijmegen (4, vrijdag, finish)

Het belangrijkste eerst: WE HEBBEN HET GEHAALD. Zo. Dat staat. Maar Irene moest opnieuw op karakter.

Om meer tijd te hebben voor het prepareren van voeten hebben we de wekker vroeger gezet. Maar even over enen hoor ik Irene al door de kamer stommelen. Ze heeft pijn in haar kuit. Koud water en masseren helpt. We zijn wakker. En de tijd hebben we nodig want er is werk aan de winkel. Tenslotte zit Irene in haar schoenen en lukt het om een beetje te lopen. Top. Naar het ontbijt. We zijn ongeveer de eersten. Het voordeel daarvan is dat we nu even zeeën van tijd hebben. Ook weer eens prettig. Vrijwel meteen komt een vrouw van de receptie op ons af. “Je zit er! Met je vader! Dus het is gisteren gelukt!?” vraagt ze enthousiast. Irene heeft donderdagochtend in alle vroegte samen met het personeel een serie opties doorgewerkt om toch nog naar de start te kunnen komen nadat ik al weg was. Verschillende mensen hebben zich ingespannen. De mensen van Van der Valk zijn werkelijk super.

De bus vertrekt. We worden opnieuw uitgezwaaid. Als we in Nijmegen uitstappen gaat het lopen Irene moeilijk af. We krijgen een tip om de schoenen anders te veteren. We passen de boel aan. Het helpt niet veel. Maar Irene vindt een manier van lopen die redelijk werkt. We checken in en gaan op pad. Bij de start staan rijen studenten. Ze hebben gangen gevormd die ons dwingen er tussendoor te lopen. Het idee is dat we high-fiven. Met allemaal. Ze zijn dolenthousiast. In een walm van bier werken we ons er doorheen. Ik ben nu een expert in high-five en sla de plank niet meer mis. En ik vind het echt leuk: die gasten.

Drie kilometer en ruim een half uur lopen verder gaat het mis. Irene heeft pijn. We ontdekken een muurtje waarop we kunnen zitten. Schoenen uit en kijken wat er mis is. Onder Irene’s rechter hiel blijkt een oude blaar weer volgelopen met vocht. Het zorgt voor een drukpunt dat lopen te pijnlijk maakt. We proberen wat simpele dingen maar die werken niet. Dan: “Het gaat niet pa. Dit lukt geen veertig kilometer. Ik stap uit. Die drie kilometer kan ik nog wel terug strompelen naar de Wedren”. Samen teruglopen weigert Irene. Ze vindt dat ik het moet afmaken. Het idee om Irene alleen te laten teruglopen zie ik totaal niet zitten. De blaar hebben we met een pleister afgeplakt. Die zou er dus af moeten. Zodat het vocht eruit kan. Om verder te kunnen lopen is dat waarschijnlijk de enige oplossing en dat vertel ik haar rustig. De beslissing moet ze zelf nemen. Maar ik weet: een pleister van een volgelopen blaar aftrekken, dat is een dingetje. We praten wat heen en weer. “We zijn met alle sores al zover gekomen pa. Ik wil nu eigenlijk niet meer opgeven. Het is de laatste dag!”. De pleister eraf. Ze gaat ermee aan de slag.

Irene wil het absoluut zelf doen en dat snap ik. “Shit. Au. Au. Godver. Kut. Klotezooi…”. Er volgt nog een rij krachttermen. Ze sterft van de pijn. Ze neemt ruim de tijd en beetje bij beetje lukt het. Stoer. Echt. De blaar is nu ook meteen kapot en het vocht kabbelt over de keien. Opnieuw afplakken wil Irene niet. We pakken de hiel dik in met schapenwol, sok eroverheen, schoenen aan, proberen…het werkt. Niet helemaal fris maar Irene denkt dat het gaat. Opnieuw weer op pad. En verdomd, na een kwartiertje meldt ze dat ze niet zoveel pijn meer heeft. Het lopen gaat nu bijna normaal. We zijn blij en ik voel me opgelucht. En door.

Opnieuw prima weer om te lopen. Het eerste deel van de route is hetzelfde als gisteren. Er is niet veel aan. Weinig dorpen. Weinig kabaal. Iedereen loopt op het gemak. Er wordt weinig gepraat. Het is net een Stille Tocht eigenlijk. We hebben opgevangen dat de laatste dag absoluut de leukste is. Daar wil ik best een discussie aan wagen. Na twee uur lopen, die Irene vrij goed afgaan, stelt ze voor om te pauzeren. Prima. We zoeken een prettige boom en een stukje gras en we ploffen neer. Schoenen uit. Voeten omhoog. Afkoelen en luchten die hap! Na een minuut of twintig weer door.

We komen bij De Dijk. Jawel, het is een echte mooie Hollandse zomerdijk. Veel mensen hebben het erover. Dat ie zo saai is. Dat is ie. Saai. En lang. En omdat de weg erover maar pakweg vier meter breed is perst de groep zich ineen zodat trage sjokkers lastig in te halen zijn en je dan niet je eigen tempo kunt lopen. Kilometers ver, zover je kunt kijken, zie je een lang lint van wandelaars door het landschap sjouwen. Nerveus wordt ik er niet van maar is het leuk? Nou…

Op eenentwintig kilometer pauzeren we opnieuw en we nemen ruim de tijd. Irene gaat gelukkig goed. Ja, de voetzolen doen zeer maar daar hebben we allemaal last van. Verder weer en Cuijk dient zich aan. Er komt eindelijk wat leven in de brouwerij. De bekende dreunende luidsprekerboxen, fanfarekorpsen, dranghekken die ons vrije doortocht garanderen, duizenden mensen langs de kant. Het is een groot feest. Bij Cuijk ligt ook het drijvende ponton van de militaire Genie waardoor we de rivier kunnen oversteken. Dat ponton is jarenlange traditie. Leuk om mee te maken. Na Cuijk pauzeren we opnieuw in een weiland. Het is nu nog maar twaalf kilometer naar de finish. Tweeënhalf uur lopen. Irene gaat nog steeds goed. En we hebben contact met Olga, Stefan (Irene’s vriend) en haar schoonouders die zich op de Via Gladiola geposteerd hebben om ons in te halen. Op drie kilometer van de finish.

De St. Annastraat wordt tijdens de Vierdaagse omgedoopt tot Via Gladiola. Hier staan de familie, vrienden en bekenden om met bossen Gladiolen de wandelaars in te halen en te feliciteren. Het is één groot feest. En het hoogtepunt van de vierde dag. Via Google Maps weten we precies waar onze familie staat. Als we in de buurt komen zien we Olga en Stefan in de verte al staan. We zijn blij en opgelucht dat we ze zien. Zwaaien, zoenen, bloemen in ontvangst nemen. De emoties komen los. Irene schiet vol. Ik ook. Het is een prachtig moment. Heerlijk. Dan het laatste half uur naar de Wedren. Tussen en naast de militaire pelotons die in marstempo lopen doen we het laatste stuk in Nijmegen. Dat is één groot dancefeest. De studenten zitten zelfs op de daken. De sfeer is fantastisch. Op de Wedren scoren we ons welverdiende kruisje en zoeken we meteen de bus op, terug naar het hotel. Die gaat al over tien minuten. Dat redden we.

In het hotel worden we door het personeel ontvangen met champagne. Ook erg leuk. Kamer opzoeken, douchen, omkleden, afrekenen. We dineren met onze familie. En dan naar huis. We hebben het geflikt!

Samenvatting.

Een fantastische week. Een week om nooit meer te vergeten. Een week om in te lijsten. Irene vroeg het vorig jaar aan me. Als vader-dochter ding. Omdat we nooit iets echt samen gedaan hebben. Om dicht bij elkaar te komen. Dat is meer dan gelukt. Voornamelijk doordat Irene met haar voetproblemen verre van soepel ging en we diep moesten gaan. Fysiek en emotioneel. We hebben het samen gedaan, samen de problemen overwonnen en we hebben samen de finish gehaald. Daar ben ik ontzettend trots op. En ik heb diep respect voor mijn meissie. Wat een bikkel.

De Vierdaagse is niet iets om te onderschatten. Ja, mensen die de hele dag buiten bezig zijn en gewend zijn veel te lopen zal het makkelijker af gaan, maar kantoortijgers, zoals Irene en ondergetekende, dat vergt echt een serieuze voorbereiding. Irene was niet goed voorbereid. Ze dacht er te makkelijk over. “Doen we gewoon even”. Niet dus. En daar krijg je de rekening voor gepresenteerd.

Meedoen aan de Vierdaagse is een dure grap. Vijfennegentig euro. Maar als je ervaart hoe het evenement is georganiseerd, hoe enorm groot het is en wat er allemaal voor komt kijken, dan snap je die prijs. Dan is het peanuts. Nee, die routes zijn niet uitgesproken leuk. Daarvoor kan je beter kleine wandelevenementen uitzoeken. Maar je moet vijfenveertigduizend mensen fatsoenlijk over de wegen zien te krijgen. Ga er maar aan staan! Wat het mooi maakt is de sfeer, de verbroedering, iedereen is een vriend, iedereen is een gelijkgestemde. De doorkomst door de stadjes en dorpen: ze maken er een fantastische happening van. Overal feest! Het is echt een belevenis die je een keer mee moet maken.

Volgend jaar weer? Waarschijnlijk niet. Ik weet nu opnieuw wat het is (ik deed het lang geleden al een keer) en dat vind ik genoeg. Een volgende keer is het gewoon een uitdaging. Punt. Het wordt nooit meer zo speciaal als afgelopen week, samen met Irene.

1 reactie

  1. Jan-Paul & Christa schreef:

    Toppers! Het verdiende kruisje en jullie vader-dochter ding gerealiseerd. Nu lekker uitrusten en nagenieten. 😘

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.