Buffelen in Nijmegen (3, donderdag)

Wekker. We stappen uit bed… en Irene gaat weer liggen. Misselijk. Duizelig. Oei. Wat nu? Na tien minuten zakt de misselijkheid. Maar dan spelen blaren op haar kleine tenen op. Ja, we hebben ze gisteravond doorgeprikt maar er zit opnieuw vocht in. Opnieuw prikken, tapen, schoenen aan, Irene probeert het maar het gaat niet. Teveel pijn. De bus gaat om kwart over vijf en we hebben weinig speling. Ik hak de knop door: “We starten niet. Met de auto naar huis en klaar”. “Dan ga je toch alleen pa”. Tsja. Dat kan. Maar Irene achter laten spreekt me niet aan. We praten heen en weer. Irene vindt het geen probleem. Zegt ze. De tijd om te beslissen wordt krap. De bus wacht niet. Dan besluiten we dat ik toch alleen verder ga. Ik stap de kamer uit en vertrek, met bezwaard gemoed. Als de bus tien minuten onderweg is gaat mijn telefoon. Een emotionele Irene aan de lijn. “Hoi pa. Ik heb die blaren opgelost. Zonder de inlegzolen heb ik meer ruimte in de schoenen en kan ik aardig lopen. Ik kom naar de start met de bus van kwart over zes”. Ik moet even van de verbazing bekomen maar…prachtig. Komt het toch goed. We besluiten dat ik gewoon start en dan langs de route een redelijke plek zoek om op haar te wachten. Op de Wedren wachten is niet handig want groot en enorm druk. Daar een uur gaan zitten spreekt me niet aan. Ik check in en begin te lopen. Het is klokslag zes uur. Na twintig minuten zie ik een benzinestation. Het ding is open. Terrasje ervoor. Ik plof neer, neem een bak koffie en bel Irene de locatie door. Een uur later komt ze aangelopen. En ze loopt goed. Ze heeft met haar ingrepen het lek boven gekregen. Top. We zijn weer samen en daar ben ik erg blij om. Want zo hadden we het bedoeld en niet anders.

We stappen stevig door. We lopen tussen mensen die de Dertig lopen. Die doen het meer op hun gemak. Niets mis mee maar we proberen toch iets van de verloren tijd goed te maken. En het gaat vlot. Heel boeiend is de route niet. Het eerste stuk is hetzelfde als gisteren. We lopen ruim twee uur aan één stuk door. Bij het dertien kilometer punt pauzeren we tien minuten. En door. Bij Groesbeek is het weer kermis. En feest. Een hossende menigte in een lange straat vol cafés, terrassen en dreunende geluidsinstallaties. Leuk. Maar we beginnen eraan te wennen. En wat ook opvalt: de deuntjes zijn meestal hetzelfde. Ze willen ook weer allemaal sex met me. Pffffffff.

Het lopen gaat Irene goed af maar helemaal fris en fruitig is het niet. Zonder inlegzolen minder demping en ze heeft daardoor wat last van brandende voetzolen. De teentjes laten zich soms ook een beetje voelen. En dan komt ook haar diabetes om de hoek kijken. Een klein beetje gedoe met de insulinepomp. Ik loop niet helemaal vrij van zorgen maar ik kan weinig anders doen dan opbeurende taal uitslaan. Ze bijt door. Stoere meid! Gelukkig is het weer opnieuw fantastisch.

Op het vijfentwintig kilometerpunt pauzeren we een klein half uur. Schoenen uit. Benen omhoog. De voetzolen masseren. Het helpt. Dan dient de Zevenheuvelenweg zich aan. Het is een stuk wat door alle lopers wordt betiteld als “zwaar”. De ellende met heuvels is dat je er tegenop moet lopen. En aan de andere kant er weer vanaf. Ik heb er geen problemen mee maar Irene moet op karakter. Elke stap voelt ze. Het stuk doet denken aan de Alpe d’Huez. Rijen met caravans en campers langs de weg. Met Hollanders met een kratje bier achter de kiezen. De Zevenheuvelenweg blijkt één grote camping. Het is feest van voor tot achter. Erg gezellig maar Irene krijgt er niet zoveel van mee. Ze probeert in haar bubbel de finish te halen.

En die finish halen we! We zijn slechts twintig minuten later dan de afgelopen dagen. Gezien de omstandigheden enorm vlot. We checken uit en lopen meteen door naar onze bus. Die vertrekt om vier uur. Het is maar dertig kilometer naar Van der Valk in Duiven maar de chauffeur ziet kans er twee uur over te doen. Files. Een beetje jammer dat ik op Google Maps een route binnendoor zie die het in vijfenveertig minuten doet. Maar we zitten achterin de bus. En deze chauffeur is zo’n oude rot die de pest heeft aan moderne gadgets. Hij doet het al z’n hele leven zonder. Vandaag dus ook. En ook vandaag zal hij geen behoefte hebben aan het moderne geleuter van ene Putting. Ik bezit mijn ziel in lijdzaamheid. En maak mijn medewandelaars in de bus daar deelgenoot van door met Google Maps op mijn telefoon te zwaaien. Tot irritatie van Irene. “Dat helpt niet pa!”. Vertel mij wat! Maar het lucht wel lekker op.

En nu? Irene ligt te weken in het bubbelbad. We moeten vanavond haar voeten prepareren voor morgen. Dan een nacht slaap en morgenochtend kijken hoe de vlag erbij hangt. We staan eerder op. Dat geeft meer speelruimte. Morgen is de laatste dag. De Gladiolen in ontvangst nemen op de Via Gladiola. De laatste veertig kilometer. We hebben er al honderdtwintig weggelopen. Het moet lukken.

 

1 reactie

  1. .Jan-Paul schreef:

    Toi toi morgen Irene! Stoer dat je dat zo op karakter kan. En met een vader die hulp heeft wat links en rechts betreft, moet het gaan lukken….

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.