Alleen naar de Pyreneeën – dag 7. In Bayonne

“Ik ben een keer met mijn voet van mijn steppie geschoten op een zandpad. Kwam ongelukkig terecht. Enkel gebroken. Met bouten en moeren in ziekenhuis vastgezet” vertelt meneer A. Ik heb de naam helaas niet onthouden. Ik noem hem Koos. “Ik zette een keer de motor langs de kant, wilde hem daarna starten, ging niet. Accu kaduuk. Klote dingen, accu’s”. Deze noem ik maar even Klaas. Nee, zijn naam weet ik ook niet. “Ik ben een keer onderuit gegaan op rolsplit, ergens in Frankrijk. Er stond geen bordje, helemaal niks. Motor was over. Ik kon met vervangend vervoer naar huis” Laat ik deze meneer even Piet noemen. Ik ben slecht in namen. Excuus. Het is zomaar even een beknopte bloemlezing. Ze worden rondgesproeid in de bar van Camping Moto. Koos, Klaas en Piet gaan nog even lekker door met spannende verhalen. Ik hoor het aan. Het zijn van die bekende ontboezemingen die zorgen dat ik altijd lekker naar bed ga, met een grijns om de lippen. Van die ontboezemingen die zorgen dat ik ‘s-ochtends vol goede moed op de motor stap. Het is een een gezellige avond.  Nee, ik breng geen boeiende verhalen. Of zal ik ze vertellen over die schuttersput en die langsrijden tractor met aanhangende giertank? Toen ik voor mijn nummer in militaire dienst was? Ontzettend lang geleden? Nee, doe ik niet. Als ik begin te vertellen zit vrijwel iedereen na twee zinnen te geeuwen en te gapen. Iets met een nasaal stemgeluid. Ik heb me erbij neergelegd. Daarvoor schrijf ik. Dat lukt veel beter.

Om elf uur ‘s-avonds haak ik af. Ik wens de mannen goede nacht en zoek mijn tent op. Ergens in de loop van de nacht wordt ik wakker van de brulkikkers. Kolere, wat een herrie! Maar, als ik goed luister, het zijn geen brulkikkers. Het is Klaas. Die ligt een tweehonderd jaar oude eik door te zagen. De kikkers zijn naast zijn tent gaan zitten in volle bewondering. Ze stoten elkaar aan. Hier kunnen zelfs zij niet tegenop. Belangrijker: het regent niet. De hele nacht niet. Als ik ‘s-ochtends wakker wordt is het nog steeds droog en kan ik een droge tent inpakken. Da’s weer even prettig. Dan ontbijten, afrekenen, Hans en Yvonne gedag zeggen en de weg op. Naar Bayonne. Mijn volgende reisdoel. Het is kwart voor tien.

De lucht zit potdicht. Grijs en grauw. Na een kwartier begint het wat te spetteren en besluit ik mijn regenpak aan te trekken. Met een graad of negentien is het eigenlijk heerlijk. De route voert me door bossen en wouden en eigenlijk heb ik het prima naar mijn zin. Er is geen sterveling op de weg. Na een uurtje vallen er gaten in het wolkendek. Het zonnetje breekt door. Regenpak uit. Ik krijg steeds meer blauwe lucht en geniet met volle teugen. Als ik dichter bij Bayonne kom verandert het landschap in naaldbossen waar doorheen lange, rechte binnenwegen lopen. Het is wat saai maar ik voel geen enkele behoefte om de kraan open te draaien. Met mijn voeten op de highway-steps kijk ik om me heen. Totale rust. Heerlijk.

Drie uur in de middag. Ik vind de geplande camping. Een keurig terrein met moderne gebouwen. Het terrein is vrijwel verlaten. Het barst hier van de campings, zie ik als ik ze voorbij rijd, maar overal hetzelfde beeld: uitgestorven. Ik loop de receptie in en tref een man en vrouw, druk met de administratie. “Parlez vous Anglais?” probeer ik. “Non”. Dan maar weer mijn school-Frans uit de kast halen. Dat lukt. Alles is open behalve het eetgebeuren. Daarvoor moet ik naar “le Village”, het dorp. Best. Ik besluit eerst mijn leren pak uit te trekken, korte broek aan en dan het tentje op te zetten, de spullen erin te gooien en dan op zoek te gaan naar een supermarché voor iets eetbaars. Op Google Maps zou dat dichtbij moeten zijn. Het is warm en ik besluit om in korte broek en instappers even snel de hoek om te rijden. Dat is een misrekening. Het is niet om de hoek. Uiteindelijk ben ik een kwartier onderweg. In die korte broek, instappers, motorjack en een helm op. Eigenlijk is het gewoon heerlijk, die korte broek. Als ik de supermarché vind en het parkeerterrein op rijd word ik door een enkeling vreemd aangekeken. Ja, ik weet het! De benen zijn erg wit! Heb je weleens in de spiegel gekeken!

Een grote supermarché. Ik zoek me rot. Mijn broer heeft me eenpersoonsmaaltijden van Iglo aanbevolen.Die zijn kant en klaar. Ik loop door alle paden. Geen Iglo. In het Frans is het Iglou. Ik probeer het bij een vakkenvuller. “Iglou?”.Ze kijkt of ze water ziet branden. Nee, ik ga niet met klapperende armen in dat pad een zwart beest met witte buik en zwemvliezen staan nadoen. Er zijn grenzen. Zelfs voor mij. Uiteindelijk vind ik twee hamburgers en een soort van kant-en-klaar hap die in de magnetron moet. Die heb ik niet. Ik denk, die pan is ook heet. Moet lukken. Dan nog een blikje bier en toetje van Danone. Hatseflats. Die boodschappen is best een dingetje. Normaal lopen we gewoon rond en flikkeren we de kar vol. Maar als je alleen bent, alleen een tanktas hebt en slechts voor één dag handel wilt…. da’s best puzzelen.

Terug op de camping die ik voor de eerste keer een wasje. Dat gaat vlot. Ik heb een handig waslijntje en nu hopen dat het goed op tijd droog komt. Daarna het zwembad in. Ook hemels! Er is vrijwel niemand. Een verlaten camping. Ongezellig, maar ongemerkt vind ik het wel prima zo. Zolang de zon schijnt…..

1 reactie

  1. Tjebbe schreef:

    Leuk hoor Ron, je verhalen 🙂

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.