Naar de Pyreneeën (8). Le Mans.

Gisteravond. Eten. Voor de verandering eens in het restaurant van Rural Aunamendi, Dat is een hotel waar Moormotor zaken mee doet en om die reden heb ik daar al enkele keren eerder gezeten. Vandaar ook dat ik weet dat ze goed eten hebben en een Engels menu. Cor en ik erheen. Het is half acht. De zaak is verlaten op een oud vrouwtje na. De eigenaar staat achter de bar, zijn gezicht op onweer. Dat is normaal. Iedereen weet dat en we liggen er niet wakker van. We lopen door de bar naar het restaurant. Gesloten. Dan komt er ineens geluid uit het vrouwtje. We verstaan haar niet maar we begrijpen dat we nog even moeten wachten. Dan nog maar een wandelingetje. Om acht uur zijn we terug. Het restaurant is nu open en we stappen naar binnen. Er komt een vrouw op ons af. Het lijkt me een Chileense. Ik heb haar nooit eerder gezien. Blijkbaar is de vaste staf vervangen. Of zoiets. Ze roept iets waaruit ik opmaak dat de boel om half negen gaat draaien. Zo, da’s laat. Vort maar.

Half negen. We zitten eindelijk. In spannende afwachting. De Chileense gooit twee kaarten neer. Meteen vraag ik naar het “menu en Ingles”. Ze gebaart iets dat lijkt op “momentje” en loopt weg. Drie minuten later staat haar zoon (denk ik) voor onze neus. Hij heeft duidelijk opdracht gekregen de klus te klaren. Top. De zoon spreekt ook geen Engels. Wij kijken vertwijfeld naar het menu. Hij wijst naar onze telefoons. Google Translate, ja, dat kunstje kennen we al. Cor wijst dingen op de kaart aan, hoofdstuk “Carne”. Daarvan weten we dat het “vlees” betekent. “Porc”, zegt zoon. En daarna “lam”. Verder gaat zijn Engels niet. Juist. Cor besteld iets met Porc, ik bestel het andere met Porc. En we doen een insalada mixta. Dat kan gewoon niet missen. En we bestellen vino tinto. De Chileense dame houdt twee flessen omhoog. Wij wijzen er één aan. Ook geregeld.

De insalada mixta wordt vlot gebracht. Daar is helemaal niets mis mee. Daarna krijgen we onze Porc. Het stelt weinig voor. Vlees met een beetje slappe frites ernaast. Punt. Bij Cor gaat dat vlees nog wel, al is het meer bot dan vlees. Maar bij mij? Een enorme homp met een dikke plak vet erover. Zou het een Chileense delicatesse zijn? Ik kantel het ding om en ontwaar iets van een ribbenkast. Wiens ribben het ooit geweest zijn wordt me niet duidelijk. Ik dump het vet, ik trek de ribben uit elkaar en verrek: er zit iets van vlees tussen. Dat peuter ik ertussenuit. Vijf minuten later lijkt mijn bord op de Slag-bij-Nieuwpoort (1600). Het kan ook Bonifacius-bij-Dokkum-Vermoord zijn (754). Dan maar de slappe frietjes. Tenminste iets. Afrekenen. Alles bij elkaar mogen we vierenvijftig euries aftikken. Dat vinden we erg duur betaald. Maar ja, ga eens bakkeleien met Chilenen? In een taal die je niet beheerst? Die Pinochet was ook geen fijne jongen. Die flikkerde zijn criticasters uit vliegtuigen. Gelukkig kan je vanaf een KTM geen doodsmak maken. De brommer is maar drieëntachtig centimeter hoog. We vertrekken. We lopen via de bar naar de uitgang. Die bar is nog steeds verlaten. De eigenaar kijkt ons aan. Het onweert nog steeds. Snel naar buiten. En terug naar de bar van Orialde waar we onze kamer hebben. De bar zit stampvol. Gezellig. Tijd voor een spelletje Rummycub. Met een glaasje Jaegermeister (een paar).

Vandaag vertrekken we uit Ochagavia. Over de Col d’Erroymendi Frankrijk in en dan naar het Noorden. Het is even over acht. De dalen rondom de Col liggen in de mist. De berg steekt er bovenuit. Als we bovenop de Col staan kijken we neer op de mistige dalen. Een schitterend gezicht. Dan omlaag. De mist in. Daarna vinden we de snelweg. Vijfhonderd kilometer bonken met Le Mans als bestemming. Daar willen we overnachten. Want daar zijn we ongeveer halverwege.

In Le Mans vinden we een Ibis. Vlak bij het centrum. Kamerprijs tweehonderdvijfentwintig euries. Dat gaan we niet doen. We vinden een Budget Ibis, ook in het centrum. Maar dan ook écht in het centrum. En dat is afgesloten vanwege festiviteiten. We snappen: dit gaat hem niet worden. Dan vinden we op Google Maps een hotel in Sablé-sur-Sarthe. Op vijftig minuten rijden ten westen van Le Mans. Booking.com meldt een beschikbare kamer voor zevenenzeventig euro. Dát doen we. De vijftig minuten doen we in ruim dertig.

Sablé-sur-Sarthe blijkt een erg fotogeniek stadje. Het hotel zit in een voormalig kasteel. Erg leuk. Maar geen restaurant. Dat vinden we op vijf minuten lopen. We ploffen neer maar de bediening laat het afweten. Na een half uurtje voor lul te hebben gezeten stappen we op. Bij een andere hut hebben we meer geluk. Eindelijk eten! En het biefstukje lijkt op een biefstukje. Het blijft ook gewoon stilliggen. Helemaal top!

Morgen de laatste etappe. En dan zit ons avontuur erop.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.