Alleen naar de Pyreneeën – Los!

En daar ga ik. De straat uit. Zwaaien naar Olga, nog een keer zwaaien. En los. Vier weken. Waarvan de laatste week samen met zoon Steven. Die ontmoet ik in de Vogezen op een afgesproken adres en dan doen we nog zes dagen Zwitserland.

Dit stukje tik ik in het restaurant van de camping waar ik twee uur geleden ben aangekomen. Om vier uur in de middag. Inderdaad, camping. Want het idee is om alles met een tentje te doen. Waarom? Lees dat in mijn vorige blog. Het is een behoorlijk grote camping waar een blind paard geen schade kan doen. Veel stacaravans die er al vele jaren staan. Een simpel spul, maar alles is er en daar gaat het om. Ik word vriendelijk ontvangen in de Rezeption. Als ik vraag of ze plek hebben voor een klein tentje en een motor schiet de dame in de lach. Mijn opmerking over een “klein” tentje vindt ze komisch. Ik snap niet goed waarom maar ik lach gezellig met haar mee. Zo is het meteen een gezellige boel, in die Rezeption. De camping heeft ook een mini-market. Dat wist ik. Maar als ik de mini-market met een bezoek vereer weet ik heel snel dat ik die Lidl had moeten doen waar ik langs reed, een uurtje voor aankomst op de camping. Want die market is verrekte mini. Dus mijn eigen potje bakken, dat gaat vandaag niet lukken. Ik red me met een Wiener Schnitzel in het restaurant. Het ding kauwt prima weg en kost weinig.

Het opzetten en inrichten van het tentje, voor zover je van inrichten kunt spreken, kost me drie kwartier. Ik moet duidelijk even inkomen. Want met twee zijkoffers, twee roltassen en een tanktas…. waar had ik dit of dat ook alweer gelaten? Binnen vijf minuten drupt het zweet van mijn hoofd. Met vijfentwintig graden is het verre van koud. De zon is verdwenen en er valt een druppel. Regen kan je het nauwelijks noemen. Maar het is klammig benauwd. Misschien had ik toch beter eerst dat leren motorpak moeten uittrekken en m’n korte broek moeten aandoen, voordat ik aan de tent begon. Inderdaad: ik moet even inkomen. Ook blijkt één van mijn roltassen kapot. Het hengsel is losgescheurd. Versleten. De tas zelf heeft gelukkig geen scheuren. Zonder hengsel is niet handig maar die heb ik ook niet echt nodig. De spanbanden van de bovenste roltas fixeren de boel zonder problemen.

De rit zelf? Mijn oorspronkelijke plan om Normandië helemaal langs de kust omlaag te rijden heb ik losgelaten. De weersvoorpellingen zijn er minder. Met regen in een tentje is niet leuk. Dan zou ik een hotel kunnen doen maar vanwege de D-day herdenkingen op 6 juni zijn de meeste hotels in de streek volgeboekt, ontdek ik. Dus ander plan. Ik ga aan de oostkant van Frankrijk omlaag. Via Luxemburg en de Vogezen. Volgens mijn broer is dat ook leuker motorrijden dan Normandië. Ik geloof hem.

De rit ging vlekkeloos. Een uurtje snelweg, bij Roermond de grens over, stuk binnendoor door saai en druk Duitsland (tanken voor 1,93 euro) en dan de Eifel in. Pas daar wordt het leuk rijden. En ook pas daar wordt het ineens rustig op de weg. Ik doe alles op mijn gemak. Ik heb gemerkt dat de vijftig kilo aan bagage iets doet met de wegligging. Vorig jaar samen met Adrie was dat ook zo maar het valt me nu pas echt op. De KTM heeft er geen moeite mee maar het betere gooi- en smijtwerk laat ik even aan me voorbij gaan. Onder de Eifel krijg ik de omgeving van Neuenburg en Bitburg. Prachtig. Groene heuvels en dalen vol bossen, het slingert en het is mooi rijden. Dan ineens in een ooghoek zie ik een bekend hotel op een hoek. Het is de hut waar ons motorclubje, helaas al jaren ter ziele, en ikzelf plus alle dames een Hemelvaart weekend gebivakkeerd hebben. Ik schat vijftien jaar geleden. Een stel in ons prettige gezelschap kreeg er een kamer toegewezen waar de muren kunstig gedecoreerd waren met schimmel. Dat hebben ze geweigerd. Toen ze aanstalten maakten om naar huis te gaan kregen ze alsnog een andere kamer toegewezen. Olga en ik hadden geen schimmel aan de muur maar een badkamer met vloer die met tapijt gestoffeerd was. Nooit eerder gezien. Als dat tapijt nou droog was geweest zou het niet zo’n punt zijn geweest. Het was niet droog. We hebben aangenomen dat het vocht douchewater was. Maar bij het toilet…. We hebben ons er doorheen geslagen door de vloer vol te leggen met handdoeken. Nood breekt nou eenmaal wetten. Het weekend zelf was verder reuze gezellig. Ik passeer de hut stapvoets en kijk wat rond. Dat vindt meneer Duitser in een dikke Mercedes vlak achter me niet fijn en hij toetert me vooruit. Daardoor vergeet ik de foto’s. Jammer.

Tegen vier uur in de middag vind ik de camping. Maar dat heb ik al verteld. Morgen via de Vogezen naar een camping net boven Dijon. Als ik tenminste al die meuk weer netjes in de tassen en koffers krijg. Enfin, geen haast. Alles op z’n tijd.

2 reacties

  1. Luuk schreef:

    Gaaf! Veel plezier! Ik kijk uit naar je reportages.

  2. Willem Visser schreef:

    Prachtig, leuk om deze reportage te zien !!
    De input van groep Kerst is wat karig 😉 😜

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.