17 – Weer naar Santiago. Thuis.

Een hoop herrie. Vijf uur in de ochtend. Ik schrik wakker. Blijkt de TV aan te staan. Een vorige pipo zal in de kamer de TV als wekker hebben ingesteld. En bedankt. Ik ruk de stekker eruit en kruip weer tussen de klamme lappen. Om half acht opnieuw wakker maar nu is dat ook de bedoeling. Opnieuw een hoop herrie. Nu is het een enorme hoosbui die tegen de ramen van de hotelkamer klettert. Met bakken komt het omlaag. Poehééé. Geen haast. Op mijn gemak pak ik m’n spullen in, douchen en dan een ontbijt. Dat heeft de Ibis in Brive gewoon netjes voor elkaar. Niet super uitgebreid. Geen lange tafels vol etenswaar waar ik altijd aan voorbij loop omdat ik zure zult of haring, wat ik in luxe Duitse hotels nog wel eens tegenkom, ‘s-ochtends bij het ontbijt niet op prijs stel. Later op de dag trouwens ook niet. Een paar stukken stokbrood met jam, koffie, jus d’orange en een yoghurt is voor mij prima. Als dat is weggewerkt is de hoosbui voorbij. Netjes.

De tassen zijn vlot op de brommer gesjord en ik vertrek. Het is negen uur in de ochtend. Het regent niet meer maar de lucht belooft niet veel goeds. Na een kwartier snelweg besluit ik om de KTM een parkeerhaven op te rijden zodat ik mijn regenkanarie kan aantrekken. Het regent nog niet maar uit voorzorg. Dat blijkt een goede zet. Weer een kwartier later begint het te spetteren. En dat houdt tot aan Le Mans niet meer op. Een forse hoosbui, regen, spray van de natte weg… ik krijg van alles mee. Vier uur lang nattigheid. Maar eerlijk gezegd heb ik er niet zoveel moeite mee. De brommer ook niet. Die knort als een naaimachine. Het regenpak doet zijn werk prima want ik blijf keurig droog. Ik houd tussen de honderddertig en de honderdvijftig aan en dat gaat opperbest. In de buurt van Le Mans wordt het droog en breekt de zon door. De lucht bevat niks meer dat op regen lijkt. Stoppen bij een benzinepomp. Regenpak uit.

De Garmin vertelt iets over een afgesloten snelweg, ergens, en berekent een nieuwe route. Ik ontdek dat die dwars door Parijs gaat, over de Boulevard Périphérique. Is dit handig? Meneer Garmin? In de verte zie ik de Eifeltoren staan. Het is retedruk. Stoplichten. Ik weet meteen weer waarom ik altijd probeer Parijs te mijden als ik op weg ben naar het zuiden, of vice versa. En het is met negenentwintig graden ook knap heet in mijn leren pak. Toch loodst de Garmin me er netjes doorheen, terwijl ik bewonderend naar de knapen kijk die op hun scooters in T-shirt en korte broek met een koleregang tussen de auto’s door schieten. Overal staan flitsers, je mag maar vijftig, maar die knapen lijken te weten welke flitsers flitsen en welke niet. Stoer. Ik doe niet mee aan de gekkigheid. Ik wil gewoon naar de uitgang. Die komt na half uurtje zweten.

De laatste vijfhonderd kilometer in de zon gaan voorspoedig. Ik zou m’n doorwaaijasje kunnen aantrekken maar ik heb geen zin om alle bagage van de brommer te halen op zoek naar dat jack en dan weer op te laden. Het is wel best zo. Op rustiger snelwegen trek ik de brommer naar de honderdzeventig. Dan schiet het beter op. Alleen bij de flitsers knijp ik in de rem, maar het kan zijn dat ik er één (of twee) gemist heb. We gaan het zien. Het is half zeven in de avond als ik de brommer de tuin inrijdt. Job done.

Ik lees berichten van Adrie die in Zuid-Frankrijk er nog wat van weet te maken. Jawel, er is regen, maar hij ziet kans om om de buien heen te rijden. Dat is mooi. Hopelijk voor hem blijft dat zo. Hij wil door de Alpen naar Briançon. Ik ken dat gebied en die route redelijk en dat is fantastisch om te doen. Als het goed weer is. Duimen.

Afsluiting. Het waren twee fantastische weken. Als ik mijn eigen verhaaltjes en foto’s teruglees en kijk is de conclusie dat we heel veel gezien, gedaan en meegemaakt hebben. Dat was het idee ook. Spanje is een droom voor elke motorrijder. Een enorm gevarieerd landschap met vaak prachtige stuurwegen. En vooral: rust en ruimte. Uren rijden en weinig tot geen verkeer tegenkomen. Dat is héél prettig. Het is jammer dat voor deze laatste week het weer zo beroerd is. Kamperen in een kruiptentje in de regen heeft mijns inziens niks met plezier te maken. Een keer (of twee) is dat niet erg als daarna de zon maar weer gaat schijnen. Gebeurt dat niet dan wordt het zelfkastijding. Daar ben ik geen vijfenzestig voor geworden. Maar… het is goed mogelijk dat het terplekke allemaal meevalt en ik moet concluderen: had ik toch maar… Enfin. Wijsheid achteraf. Een mens maakt keuzes.

Ik hoop dat ik de lezers van deze serie een beetje heb kunnen vermaken. Allereerst schrijf ik de blogs voor mijzelf zodat ik later, als ik achter de geraniums zit, nog eens kan teruglezen wat ik uitgespookt heb. Als ik anderen kan laten meegenieten doet me dat deugd en is dat mooi meegenomen.

En verder? Ik ga begin augustus nog een week met mijn zoon op pad. Hij rijdt ook KTM. Ook een Superduke GT. Waarschijnlijk wordt het de Vogezen. Of het Zwarte Woud. Een mooi vooruitzicht.

2 reacties

  1. René van Britsem schreef:

    Hoi Ron,
    Ik heb weer erg genoten van je mooie verhalen, foto’s en de filmpjes. Prachtig!

    Dank je wel en groet,
    René

  2. Robbie schreef:

    Inderdaad, waren weer mooie verhalen 👍🏼

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.