Naar de KTM Moto Hall (5)

Woensdag. We verlaten Oostenrijk en zetten koers naar Italië: de Dolomieten. Maar de trip is een dingetje: haast vijfhonderd kilometer, geheel binnendoor en met de nodige passen zoals de Gross Glockner, de Plöckenpas, de Passo Giao en nog een paar waar ik de naam van kwijt ben. Einddoel is Arabba. Een stevige klus.

Vanwege de afstand vertrekken we om kwart over zeven in de ochtend. Het is met zo’n acht graden nogal fris. En bewolkt maar wel droog. Ik neem het voortouw. Het gaat vlot. Na pakweg tweeënhalf uur rijden staan we bij de tolpoort van de Gross Glockner. Een vignet kost zesentwintig euro. Stevig. We beginnen met de rit omhoog. Mooi rijden, prachtige weg, mooi uitzicht en het is niet al te druk. De paar auto’s die we tegenkomen zijn vlot ingehaald. Maar dan rijden we de wolken in. Veel problemen levert dat niet op maar het mooie uitzicht is naar de kloten. Jammer. Boven gekomen kunnen we afslaan naar de Edelweisspitze op ruim zesentwintighonderd meter, maar met die mist heeft dat geen enkele zin. We doen het niet. We rijden over het balkon boven de boomgrens, we doen een tunnel, nog een tunnel en dan rijden we ineens de zon in. Strak blauwe lucht. Wég bewolking, wég mist. Helemaal hatseflats. Stoppen en foto’s maken. En door. Naar de Fransz Josef Höhe. Waar de echte Gross Glockner zich laat zien met de gletsjer (of wat er nog van over is). Kijken, foto’s maken…en door. We hebben haast. We moeten nog een bloedeind.

We passeren de Italiaanse grens. De grenspost is een armzalige vertoning. Geen beambte te zien. Fotootje…en door. De grensovergang is deel van de Plöckenpas. We mogen vanaf hier weer naar beneden. Dat betekent sturen. Het dikke uur dat volgt komen we geen recht stukje weg meer tegen. Wij vinden dat niet erg. We raggen en gummen de brommers door de bochten. Kappen en draaien. Het betere gooi- en smijtwerk. We amuseren ons uitstekend. Ander verkeer komen we nauwelijks tegen. Het vergt de nodige concentratie wat maakt dat we geen moer zien van de omgeving. Dat is niet erg. Het is voornamelijk bos. In bossen staan doorgaans veel bomen en de pest met bomen is dat ze altijd in de weg staan en zo je uitzicht verpesten. Daarbij: ik heb de foto’s van de vorige keer vast nog wel ergens. Na de Plöckenpas volgen nog meer passen dus we blijven gooien en smijten, kappen en draaien. We kunnen er niks aan doen. Het gaat gewoon vanzelf. Bovendien, thuis moeten we het weer doen met die vier op- en afritten. Daar is niks aan.

Dan moet er getankt worden. We stoppen bij een onbemande pomp met een automaat. Een stickertje Maestro geeft aan dat mijn pinpas geen probleem moet zijn. Ik stop het ding in de gleuf en krijg vervolgens een Italiaanse melding waaruit ik begrijp dat mijn pas niet is toegestaan. Bah. Nou ja, dan maar niet. Ik wacht tot de pas terugkomt…geen pas. Allerlei knoppen indrukken…geen pas. Het klotemasjien heeft mijn pas opgevreten. Godsamme! En nu? Ik heb ook nog een creditcard dus ik kan nog wel iets. Maar leuk vind ik het niet. Dan stopt er een oude Fiat Panda om te tanken. Met twee vrouwen erin. Moeder en dochter, vermoed ik. Ik vraag aan Dochter of ze Engels spreekt. “Un petit peu”. Fijn. Daar heb ik wat aan. Ik maak met handen en voeten duidelijk wat het probleem is. Ze begrijpt het en gaat met het klotemasjien aan de slag. Geen resultaat. Maar Moeders begint te telefoneren. Geen idee met wie. Dan maakt Dochter duidelijk dat een kilometer verderop de eigenaar van de pomp te vinden is bij een andere benzinepomp. Wij daarheen. Pomp gesloten, geen eigenaar. Dan komt ineens weer de Fiat aanrijden. Moeders stapt uit en is nog steeds druk aan het telefoneren. Dat levert blijkbaar iets op want ze maakt me daarna duidelijk dat ze met haar eigen tankpas de mijne er weer uit kan krijgen. Oh? De Fiat rijdt terug naar de pomp met het klotemasjien. Ik er achteraan. Op het moment dat ik mijn motor parkeer komt Moeders triomfantelijk met mijn pas naar me toe! De truc heeft geholpen. Helaas heb ik niet gezien hoe precies want daar ben ik best nieuwsgierig naar. Ik zoen Moeders drie keer en neem meteen Dochter ook maar mee. Ik ben er immers toch. Schatten van mensen, die Italianen!

Maar nog steeds geen benzine. Dat lukt vijf kilometer voor de eindbestemming. Bij een bemande pomp. Ik heb weer een les geleerd: oppassen met die Italiaanse automaten. Je kunt er beter papiergeld inproppen. Dat moet je dan wel voldoende bij je hebben. We arriveren bij het hotel om half zeven. We zijn in totaal bijna twaalf uur onderweg geweest. Pittig. Maar geweldig gereden! Koffers op de kamer, douchen, diner. Hatseflats.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.