Troubles in paradise

Zomervakantie. Olga en ik gaan twee weken op pad, zoals elk jaar. Vaak, heel vaak, doen we Italië. Mooi land, mooie cultuur, aardige mensen. Dit jaar opnieuw naar Toscane. Voor de vijfde keer naar dezelfde Agriturismo in de buurt van Castiglione del Lago, bij het meer van Trasimeno. Vijf keer? Jawel. We vinden de locatie erg prettig. We noemen het ons kleine paradijs. Een prachtig parkje met slechts zeven appartementen, zwembad, jacuzzi en een tennisbaan. Dat is het. Wij huren er altijd hetzelfde appartement, behalve deze keer. We doen nu een appartement met twee slaapkamers omdat Olga’s zus en mijn zwager een weekje langskomen. Die willen weten wat wij er zo speciaal aan vinden. Dat gaan we ze laten zien.

Voor de vijfde keer dus. Die Agriturismo? Castiglione del Lago? Is er wat te doen? Geen reet. Het is er rustig. Erg rustig. De kinderen van Xi Jin Ping hebben het gat nog niet ontdekt dus geen last van massatoerisme. Geen hordes Chinezen met selfie-sticks die zichzelf willen vereeuwigen met elke grasspriet die ze tegenkomen. Ideaal. Castiglione is een kleine plaats met een aardig historisch centrum met een handvol winkeltjes, tien leuke restaurantjes en een burcht aan het meer. En een paar supermarkten waar we onze dagelijkse boodschappen doen. En wat doen we daar dan verder? Luieren met een goed boek bij het zwembad en regelmatig een toertje met de auto in de omgeving. Toscane is prachtig. De Val d’Orcia is buitengewoon. Veel historische stadjes in de omgeving, ook prettig. De Appenijnen, een bergketen aan de overkant van het Trasimeno meer, is ook mooi om doorheen te rijden. Meestal doen we er twee dagen over om er naartoe te rijden. De eerste dag duizend kilometer, door Duitsland, Zwitserland, en dan net over de grens in Saronno overnachten in hotel Piopetto, vlakbij de snelweg. De tweede dag doen we dan de laatste vijfhonderd kilometer. Piopetto is voor ons ook een herhaling. Een prettig hotel met mooie kamers voor een schappelijke prijs.

Vrijdagochtend acht uur. We vertrekken met een tamelijk volgepakte auto. Twee weken eerder is de rolschaats door de dealer nagekeken. Een grote beurt. Ik heb een pesthekel aan slecht voorbereid op pad gaan. De rit gaat voorspoedig alhoewel het druk is op de snelwegen. Ook op de Duitse Autobahnen. Wat de Duitsers de Nederlanders al jaren verwijten doen ze nu zelf: Nur Links. Allemaal. Hele kolonnes. Er hoeft maar in de verte een vrachtwagen in beeld te komen of het spul schuift naar links. Bumpertje aan bumpertje. Ik volg het systeem wat ik ook met de motor toepas: gewoon rechts houden en rustig erlangs. Werkt prima.

Als we honderd kilometer voorbij de Gotthardtunnel de Italiaanse grens passeren gebeurt er iets geks: de auto geeft een melding in het dashboard. Een storing. Ik heb nog maar de helft van het beschikbare motorvermogen maar we mogen wel doorrijden, zegt de melding. Fijn. Jawel, honderddertig km/u lukt nog wel maar accelereren? Ho maar. Het zit me niet lekker en ik besluit het blik ergens aan de kant te zetten. Met al die computermeuk tegenwoordig is de boel gewoon even uit- en aanzetten vaak een goede remedie. Met die rommel van Bill Gates doen we immers niet anders? Maar het helpt niet. De melding blijft staan. Dan maar doorrijden naar Saronno. Weinig keus. Het hotel had ik al gereserveerd en inchecken gaat soepel.

De volgende ochtend rijden we weg na een prima ontbijt. De melding staat nog steeds in het dashboard. Negeren. Geen keus. De resterende vijfhonderd kilometer gaat verder voorspoedig. Tegen de klok van twee uur ‘s-middags arriveren we bij de Agriturismo. Uitstekend appartement, alles erop en eraan. We plonzen het zwembad in, we beginnen onze boeken te lezen (als we zijn opgedroogd), maar het gekloot met de auto zit me niet lekker. Want die melding staat er niet voor niks. Is het gewoon een stekkertje dat los zit of is er meer aan de hand? In het laatste geval luidt de vraag: hoe lang gaat ie het volhouden? Op internet vind ik een grote BMW dealer in Arezzo, op vijftig kilometer van ons appartement. Die kan ik bellen maar mijn Italiaans laat te wensen over. Bier en wijn bestellen lukt me vlekkeloos maar daar kan ik bij die BMW dealer niet mee aankomen. Dan stuurt ie me naar de bistro een deur verder. Gelukkig spreekt Simona, de eigenaresse van de Agriturismo, goed Engels. Ik vraag haar of ze voor ons wil bellen. “Sure. No problem. It’s not the first time things like this happens here”. Top. Ze maakt een afspraak bij de dealer. Ze willen de auto graag de hele woensdag hebben zodat ze rustig kunnen kijken. Ik bel ook de leasemaatschappij voor overleg. Dinsdagmiddag breng ik de auto naar de dealer en Simona rijdt met me mee. We leveren het blik in. Dat duurt even. Veel papierwerk. Daarna rijden we terug naar de Agriturismo.

De volgende ochtend krijg ik informatie van Simona. De dealer heeft haar gebeld met de uitslag. Die is niet best. Het mechanisme dat de variabele kleptiming regelt is kaduuk. Ermee doorrijden wordt sterk afgeraden. De kans dat we dan ergens in-the-middle-of-nowhere langs de kant van de weg komen te staan is aanzienlijk. Juist. Fijn. Opnieuw bellen met de leasemaatschappij die me doorschakelt naar de ANWB alarmcentrale. Kort samengevat: we worden fantastisch geholpen. Ik begrijp wat later dat er aan de achterkant veel getelefoneerd is tussen de leasemaatschappij, de alarmcentrale, de dealer in Arezzo en mijn werkgever (want vervangend vervoer maakt geen deel uit van mijn leasecontract). De oplossing: “Uw auto gaat op transport naar Nederland. Op twintig kilometer van uw locatie kunt u een huurauto ophalen. Daar kunt u de rest van uw vakantie gebruik van maken en u kunt ermee terugrijden naar Nederland”. Helemaal hatseflats. Ik bedank links en rechts wat mensen voor de geweldige service.

Simona brengt ons naar de huurauto. Die blijkt te staan bij een Europcar vestiging in Chiusi. De rolschaats is met slechts achtduizend kilometer vrijwel nieuw, heeft een Nederlands kenteken en het ding is groot! Een Volvo XC60 met een heel dikke motor en werkelijk alles erop en eraan. Als ik de bon onderteken valt mijn oog op de cataloguswaarde. Kolere! “Ik heb mijn kalfsleren handschoentjes niet bij me!” flitst het door mijn hoofd. En ook geen stropdas! Kan dit wel? Ja, het kan. We inspecteren de auto en de dame van de receptie doet de achterklep omhoog. Als ik die daarna wil dichttrekken springt de receptiedame verschrikt ertussen. Ik mag niet aan de klep trekken. Ik moet een knopje indrukken en dan gaat de klep vanzelf dicht. Tering. Ik ben geïrriteerd. Meneer Volvo vindt het dichttrekken van een achterklep te zwaar voor het tere gestel van de moderne automobilist. Sodemieter op! Het doet me denken aan bezoekers van de sportschool die met de roltrap omhoog gaan. Na het sluiten van de klep (applaus) stappen we in en doen we een poging tot wegrijden. Een automaat. Ik laat mijn oog langs de tweehonderd knoppen en schakelaars gaan. Op het grote scherm in het midden vinden we een paar swipe-menu’s met nog eens tweehonderd functies. Juist. Ik wil GEWOON RIJDEN! Een beetje in paniek kijk ik Olga aan die naast me zit, vier meter verderop. Maar ik vindt de juiste combinatie van knoppen, ontdek dat de R van Rijden niet werkt omdat het ding dan achteruit gaat maar de D van Rijden doet wél wat ik hoop. Ik schroef mijn linkerbaan af en leg het in mijn nek want overbodig (het ding mist een fatsoenlijke koppeling) en we bewegen ons voorwaarts. Pffff. Gelukt.

Ik wen snel aan de Volvo. Een vliegend tapijt. Heel prettig. Op een rustig stuk rechte weg geef ik wat meer gas. Het ding begint te schakelen en we worden gelanceerd. Leuk! De Volvo heeft de motor die Hitler erg graag in zijn V2’s had gehad. Ik kan hier wel aan wennen denk ik. Olga niet. Ik krijg een paar krachttermen naar mijn hoofd. Da’s dan weer jammer. Op de snelweg krijgt de Volvo echter problemen. Als ik van rijstrook wissel begint het stuur te trekken. Om in de andere strook te komen moet ik vechten. Hopeloos. Dan valt mijn oog op een icoontje in het dashboard en ik begrijp: “Lane departure warning”. Het nut hiervan ontgaat me volledig. Ik scroll door een menu en ontdek de aan/uit-knop. Uitschakelen die onzin! En ik zie nog meer geweldige hulpsystemen. Uit! Allemaal! Ik snap dat de jongeren van tegenwoordig op de autorijscholen uitsluitend nog leren hoe ze van A naar B moeten komen zonder benzine te verspillen, het Nieuwe Rijden, maar ik ben nog van de generatie die gewoon hoorde: “trappen met het hok, uit je doppen kijken en goed je stuur vasthouden”. Hoe simpel kan het zijn. De laatste twintig kilometer kruipt Olga achter het stuur. Het is slim als zij ook met de Volvo overweg kan. Het gaat voorbeeldig. Top.

En nu? Vakantie! Die Volvo? Die houden we gewoon. Moet kunnen.

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.