Nog even naar de Dollemieten – 6

Ik snap het. Dat reisleider Stefan de rit van vandaag de koninginnerit noemt. Want dat is het inderdaad. Vandaag dus de koninginnerit. Omdat we voorbij Bolsano de echte Dolomieten gaan rijden. Concreet houdt dat in dat we de zogenoemde Sellaronde doen. Met bijvoorbeeld de Pordoi en nog wat pukkels daar in de buurt. Alles bij elkaar betekent dat driehonderdvijftig kilometer sturen. Reden waarom iedereen een half uur eerder aan het ontbijt zit. Een belangrijk gegeven is dan altijd, het weer. Dat kan niet beter. Lage luchtvochtigheid dus helder, strakblauwe hemel, geen wolkje te zien. En dat zal de hele dag zo blijven. Temperatuur? Twintig graden. In de middag dan. Uitzonderlijk warm voor de tijd van het jaar. Echter, het is natuurlijk al oktober dus die temperatuur, euhhh…die hebben we pas in de middag. Ik schreef het al.

Overigens, dat we de Sellaronde kunnen rijden komt omdat het donderdag is. Beter gezegd, niet woensdag. Want de lokale geitewollensokkenclub heeft besloten om de Sellapas en de Pordoi op woensdagen overdag af te sluiten voor voertuigen met een verbrandingsmotor. Alleen elektrieke apparaten zijn dan toegestaan. Strak plan! De vier bergmarmotten die er rondlopen zijn er blij mee. Die kunnen eindelijk ongestoord klaverjassen op het wegdek dat anders door figuren zoals wij in beslag wordt genomen. Het zal je niet verbazen dat de plaatselijke horeca witheet is over de aktie. Ze hebben het geprobeerd maar die twee Tesla’s en handvol wielrenners zijn niet voldoende om de economie draaiende te houden. De meeste ondernemers gooien nu op woensdag de tent dicht. Maar vandaag dus niet.

Als we ‘s-ochtends om acht uur de straat uitrijden moeten we het doen met zes graden. Fijn, die handvatverwarming. De eerste veertig kilometer is echt leuk sturen, net als de voorgaande dagen, maar met die zes graden voel ik dat de banden er nog niet veel zin in hebben. Pianissimo dus. Daar komt bij, de zon. We rijden naar het oosten en dus hebben we regelmatig de opkomende zon pal tegen. Diepe schaduwen afgewisseld met felle zon tegen. Ik heb er moeite mee. Des te meer reden om het kalm aan te doen. Ergens in een dal besluiten we een bakkie te doen. Het is half tien. We stappen het hotel in en merken dat er nog mensen aan het ontbijt zitten. Grappig. Maar we hebben al ontbeten. Koffie? Overal staan kannen. Maar we zijn beschaafd en vragen een serveerster om koffie en vertellen dat we van buiten komen. Het meisje meldt dat het restaurant eigenlijk pas om tien uur open gaat maar ze regelt toch koffie. Da’s aardig.

We passeren de luxe vijfsterrenhutten van Canazei en als we de weg vervolgen doemen op zeker moment, het is inmiddels middag, bordjes op die de Pordoi aanduiden. Daar gaat een kabelbaan omhoog naar de Sass Pordoi en ik heb in mijn hoofd om die kabelbaan te doen. Dat heb ik eerder in 2012 gedaan met mijn toenmalige motorclubje. Ik wil nog een keer. Maar wat we ook rijden, geen Pordoi. Stefan lijkt de route eromheen gefabriceerd te hebben. Dat is verrekte jammer. We rijden andere passen en wegen die werkelijk spectaculaire uitzichten bieden. Niks te klagen. Tot we op de top van een pukkel komen die ook een kabelbaan blijkt te hebben naar een station in de hoogte. Net als de Sass. We parkeren de brommers, kopen een kaartje en al snel schommelen we omhoog. Het eindstation op de top blijkt op zesentwintighonderd meter te zitten. Dan is het stervenskoud, zou je denken. Niet. Warm! Ik zwem mijn textielpak met thermovoering uit. Kolere! Maar het uitzicht is adembenemend. Echt. Na een kwartier hebben we het gezien. Na een kwartier al? Ja. Sorrie. Behalve het uitzicht is er verder geen fuck te beleven. Het restaurant is al dicht. De liftboy staat met een hogedrukreiniger de boel schoon te spuiten. Boeiend. Einde seizoen, immers, het is oktober. We dalen weer af, ik scoor een broodje en we vervolgen de route. Een uur later meldt een bordje dat we toch naar de Pordoi rijden. De opgang omhoog is geweldig. Ruime haarspeldbochten rijgen zich aaneen. Ik gum de KTM naar boven. En daar vinden we de kabelbaan. Het is nog precies zoals in 2012. Maar twee keer zo’n ding hoef ik niet. We rijden door. De weg omlaag biedt opnieuw schitterende uitzichten op het bergmassief.

Op de weg terug naar Molveno moeten we langs Bolsano. Geen keus. Eind van de middag. Spitstijd. Druk. Blik. Veel blik. Heel erg groot blik. En warm. Hier en daar wurm ik de brommer eromheen of er tussendoor. Nee, er overheen gaat niet. Er onderdoor helaas ook niet. Ik wil best maar iets zegt me dat dit problemen oplevert. Tenslotte stop ik er maar mee en zit geduldig de drukte uit. Tot we Bolsano gehad hebben en we nog even de Mendolapas mogen doen. Als toetje. De Mendola is een feest. Er is nauwelijks verkeer, het mooiste uitzicht hebben we op de Sella al gehad dus dat zal me even jeuken. Anton en ik blazen de frustratie van Bolsano van ons af. Genieten. Met die warmte laat het rubber onder de KTM me weten dat zelfs Rossi een zachtgekookt ei is. Het duurt dan ook niet lang of Molveno komt weer in beeld.

‘s-Avonds barbecue. Als afsluiter omdat het de laatste avond is. We laten het ons goed smaken en de sfeer zit er geweldig in. Leuke gesprekken met prettige mensen. Een paar glazen Port helpt ook. De whisky heb ik gisteren al opgezopen.

Morgen terug naar Ottobeuren. Binnendoor. Over de Timmelsjoch. Ook weer leuk.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.