Nog even naar de Dollemieten – 3

Vandaag naar het Gardameer en de Monte Baldo. De weersverwachtingen geven regen in de middag. Inderdaad, als we wakker worden is de lucht grijs maar regenen doet het niet. De knaap waarmee ik op de kamer lig, Anton, aardige gast, vraagt of hij met me mee mag rijden. Tuurlijk mag dat. We gaan op pad en er sluit nog een derde motorrijder van de groep aan. Die heeft niks gevraagd maar doet het gewoon. Moet kunnen. Who cares. We krijgen een klein beetje miezer. Nat worden we er niet van maar de straten wel. Het maakt dat we het pianissimo doen. Een beetje jammer toch wel want we krijgen prachtig slingerwerk om de oren. We bereiken Riva, bovenin het Gardameer en we doen er een bakkie. Dan verder. Ik rijd langs hotel Pier. Die surfschool zit er nog steeds, zo vertelt een bord. Ooit, lang geleden, maakte ik samen met een vriend het water onveilig op een surfplank. We hebben een poging gedaan om bij Riva te surfen maar de wind was te zwak voor die kleine klotezeiltjes van ons. Surfschool Pier zat er toen ook al. Een volhouder dus, die jongen.

We doen de pont. Jawel, de route geeft aan dat we met de pont moeten oversteken naar Malcesine, aan de andere kant van het meer. Geinig. Een leuk intermezzo. De pont blijkt al aardig vol te staan met motoren van onze groep. Want die groep telt totaal dertig brommers. Jazeker, het hotel zit met ons helemaal vol. Promotor doet goede zaken. Het vaartochtje is best lollig. De boot heeft er flink de sokken in. Het is dat die dingen niet in de tanktas passen anders had ik kunnen waterskiën.

Aan de overkant aangekomen schepen we uit en vervolgen we de route langs het Gardameer. Eerste week oktober, druk. Zelfs dan nog. Kan je nagaan hoe het daar in het hoogseizoen is. Dan is er geen doorkomen aan. Uiteindelijk draaien we het binnenland in en koersen we richting de Monte Baldo. Omhoog dus. Dat betekent dat we de wolken in rijden. Klinkt romantisch maar in praktijk is dat gewoon mist. Flinke mist. Op zeker moment hebben we tien meter zicht. Hooguit. De wegen op die pukkel zijn zomaar twee meter breed. Maximaal. En het slingert. Nogal. En we krijgen soms een tegenligger. Dat ook. Dan doemt er vanuit de mist in zo’n blinde bocht ineens een motorkap op. Ik rijd voorop maar ik gebruik gelukkig het gezonde verstand en houdt dertig km/u aan. Of nog minder. De motorkap is dus geen probleem. Op deze manier pruttelen, letterlijk, wij de berg af. Eenmaal onder de wolken uit hebben we weer zicht maar dan regent het. Serieus. Dat doorzichtige spul waar je nat en sjagrijnig van wordt. Ik heb het goedje liever in bevroren toestand in een glas cola. Helaas. Nu even niet.

De Continental banden die ik, op dringend advies van vrienden, onder de KTM heb laten zetten geven gelukkig een berg vertrouwen. De weg terug naar het hotel slingert dat het een lieve lust is maar deze keer heb ik met het zeiknatte asfalt geen problemen. De brommer doet het voorbeeldig. Eenmaal weer in het hotel, tegen de klok van vier, blijkt ook dat ik nog aardig droog uit het Goretex pak kom. Ook prettig.

Een topdag dus eigenlijk. Morgen krijgen we weer zon volgens de laatste verwachtingen. Dat is toch wel leuker.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.