Met zoonlief naar de Alpen (2)

“Wat een kutbed” roept Steven als we ‘s-ochtends opstaan. Ik had er geen probleem mee. Want een harde leerschool gehad met twee weken op de grond op een slaapmatje in een tentje. Dan krijg je ruggegraat. De jeugd van tegenwoordig is geen moer gewend. Ijzeren schepen en houten kerels, dat werk. Accoord, een slaappil heeft ook een handje geholpen. Vooruit. Dat was ook nodig met die rammelende flessen die ‘s-nachts in de container in de steeg naast ons werden gepleurd. En inderdaad, het meubilair op de kamer is waarschijnlijk nier door Ikea geleverd. Die leveren topspul. Dat zou ik dit niet willen noemen.

We zetten koers naar Belfort. Een stad net onder de Vogezen. Het is perfect motorweer. Zon en een graad of twintig. De route gaat door de Franse graanschuur. Het gebied in het Noord-Oosten van Frankrijk. Het zal een naam hebben maar ik weet niet welke. Hoe dan ook, het is mooi rijden. Lange, rustige slingerwegen langs en door een glooiend landschap dat wordt afgewisseld door bossen, velden en akkers. Weinig verkeer op de weg. Lekker. We komen door veel, heel veel dorpjes en gehuchten waar een gezond mens nog niet dood gevonden zou willen worden. Dat is nog een hele opgave ook, gevonden worden, als er is geen hond op straat is. Het wemelt ook van de pandjes die “Eigen Huis en Tuin, Lekker Leven” erg graag in het programma zou willen hebben. Opknappertjes, zeg maar. Dat “Lekker Leven” is dan wel een uitdaging. Maar ik dwaal af.

We doen het op ons gemak en houden ons keurig aan de regels. Voor een deel is dat ook ingegeven omdat er een busje van de Gendarmerie voor me rijdt. Nee, er verschijnen geen bordjes of gebaren. Hij komt uit een zijweg en wij sluiten gewoon aan. Een kwartier lang. Of nog langer. Blijkbaar moet hij dezelfde kant op. Ik word er nerveus van. Zelden hebben we zo keurig volgens de regels gereden. Omdat hij precies de toegestane maximum snelheid rijdt laat ik het idee schieten om te demonstreren dat een KTM véél harder kan. Iets zegt mij dat dat niet slim is.

Op een parkeerterrein van een supermarkt wisselen Steven en ik van zadel. Omdat we allebei dezelfde brommer hebben is dat simpel. Want Steven heeft een standaardzadel en dat levert hem een pijnlijke reet op. Dat weet ik al een paar jaar. Daarom heb ik mijn zadel door Tijger Leathers laten aanpassen. Ik zit al tachtigduizend kilometer als een grootvorst. Maar Steven dus niet. Hij zit te wiebelen en te wippen. Niet fijn. Omwisselen is een goed plan. Kan hij even de billen tot rust laten komen. Een uurtje op dat klotezadel overleef ik wel. Tenslotte nog een ruim uur naar het hotel in Belfort maar eerst mogen we in de Vogezen de Ballon d’Alsace over. De route erheen gaat door een lint van dorpen waar een sliert blik zich doorheen wurmt met max vijftig in het uur. Of nog minder. Ik denk: die Ballon, dat wordt niks. Dan nemen we de afslag, het verkeer gaat rechtdoor… rust. Ineens hebben we de weg vrijwel voor onszelf. En da’s genieten, want die weg is toch best wel een circuit. Wij vinden dat leuk. Excuus. De kraan gaat open en we blazen naar de top van de col. Ik ga niet tot het gaatje en houd in mijn spiegeltjes Steef in de gaten. Hij is nauwelijks bekend met dit gooi- en smijtwerk. Maar hij leert snel en het gaat meer dan uitstekend. Boven aangekomen, stoppen, fotootje en een drankje in de zon. Dan weer naar beneden en ook dat is mooi gummen. Opnieuw hebben we alle ruimte. Top.

We vinden simpel de geboekte Ibis. Ibis heeft het netjes voor elkaar. Inchecken gaat vlot. De kamer heeft bedden die op bedden lijken. Het sanitair doet het. Helemaal goed. Ik begin aan dit stukje en ontdek dat de brillenkoker leeg is. Conclusie: de leesbril ligt nog in het andere hotel. Gadver! Nee, de speciaal aangemeten bril ligt niet voor een tientje bij de Hema. Ik stuur een email naar het hotel. Hopelijk hebben ze het ding gevonden en sturen ze hem op. Helemaal onthand ben ik niet zonder bril gelukkig. Maar ik heb hem liever terug.

Belfort heeft een aardig centrum waar we op een terras een biertje doen. Maar het terras wil om half acht sluiten. We krijgen resoluut een bonnetje voor ons neus met het verzoek om af te rekenen. Da’s nou weer jammer. Dan maar weer naar de hotelkamer. We zijn benieuwd hoe het morgen verder gaat want de weersvoorspelling laat alleen maar regen zien. In heel Frankrijk, Zo ongeveer. Het doel is Albertville. We gaan het zien,

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.