En? Waar staan we?

Stomme vraag. Op de tennisbaan natuurlijk. Maar de vraag gaat over hoe het gaat, na twee jaar harken bij TC Capelle. Best aardig. Dank u. Wimbledon is nog ver, maar Melbourne?Het is dat het een pesteind weg is en dat die piloten van Ryanair voortdurend dwarsliggen, anders… Samengevat, de baan is niet meer zo kort als eerst en dat net hangt minder hoog. Zo langzamerhand kan ik me redden, als de tegenstander meewerkt, en dat is positief. Laat ik eens een rondje langs de velden maken.

Nog steed les. Nog steeds elke week een uur. Het laatste seizoen van Desmond en ook komende winter weer. Die lessen van Desmond vinden mijn medecursisten en ik telkens één van de hoogtepunten van de week. De gracieuze manier van bewegen van die jongen is zodanig dat Hans van Manen hem dolgraag in zijn balletten zou willen hebben. Zoals Desmond dat racket hanteert, pak een stoel en kijk. Hij probeert die prachtige stijl ook op ons over te brengen. Dat is een dingetje. Als een houten Klaas als ik soepel wil bewegen moet ik er eerst zes glazen whisky in gieten. Het nadeel dáárvan is dan weer dat dan de coördinatie te wensen overlaat. Dan heb ik twee banen nodig. Er is altijd wat. Desmond is een positieve jongen en dat is hartverwarmend. Hij blijft enthousiast proberen om ons Neanderthalers om te vormen tot geoliede tennismachines. Hij ziet er geen enkel probleem in om in hoog tempo een hele bak met ballen op ons af te vuren. Forehand en backhand. Van links naar rechts en weer terug. We rennen ons de pleuris want we laten ons niet kennen. Natuurlijk. Na dat uurtje kabbelt het zweet door de bilnaad. Mijn werkgever zou stomverbaasd zijn als hij het zou zien. “Zweten? Kan jij dat ook!?” Over van-rechts-naar-links gesproken: bekijk dit filmpje. Je wordt er vrolijk van.

Ik doe mee met de najaarscompetitie. Voor het eerst. Ik speelde een pot met mensen die het spelletje hoog hebben zitten. Ik sta dus bij dat net en zie de satellieten overkomen. Vermoedelijk heeft de competitieleiding de verkeerstoren van Zestienhoven gebeld en ze gewaarschuwd want er komen geen politieauto’s met gillende sirene het terrein op. De mensen met wie ik op de baan sta hebben er zin in en maken er een echte rally van. Er komt geen eind aan. Gelukkig staan we buiten want binnen kan dit niet. Het dak is te laag. Het vliegen met drones is in Nederland strak aan banden gelegd, en terecht, maar tennisballen hebben ze over het hoofd gezien. Ik sta erbij en kijk ernaar. Met m’n handen in m’n zij en een stijve nek. Het is het soort spelletje dat ik niet leuk vind, ik zeg het eerlijk. Ben ik eindelijk in staat om de hoogte van dat net redelijk in te schatten, krijg je een spelletje waarbij ze dat net net zo goed kunnen weghalen. Maar het hoort erbij, het mag, en dus moet je gewoon een oplossing bedenken. Dan gaat er iets mis en komt ineens die bal laag over. Ik zou erbij hebben gekund maar ik sta nog steeds naar de lucht te staren. Stom. Punt voor de tegenstander. Maat boos. “Die was voor jou!” Oh ja?

Twee jaar tennissen is ook twee jaar labelen. Mijn dochter zei destijds, “Doe mee met labelen want dan leer je snel veel mensen kennen.” Daar had ze volkomen gelijk in. De woensdagavonden zijn inmiddels voor mij een ander hoogtepuntje van de week. Natuurlijk, het zijn meestal dezelfde mensen die labelen en dus sta je vaak met dezelfde mensen op de baan. Dat is niet erg. Sterker, het is reuze gezellig. Er moet gelachen kunnen worden. Behalve dan als je tegenstander een bal precies op je neus slaat. Ik sta dus opnieuw bij dat net, nee, deze keer geen drones, tegenstander geeft de bal een knal, ik zie hem ineens groot worden, nog groter worden, héél erg groot worden…precies op mijn voorhoofd. Bril vliegt af, bloed spettert tegen de gordijnen, ik stort ter aarde, punt voor de tegenstander. “Gaat het?” hoor ik de bezorgde vraag. “Tuurlijk!” antwoord ik nadat ik weer ben opgekrabbeld en de fok heb opgeraapt. Zolang er geen ledematen afbreken is er weinig aan de hand. Bovendien is het m’n eigen schuld. Dan had ik dat racket maar hoger moeten houden en wakker moeten blijven. De fok heeft de klap ook overleefd. Slim, brillen van plastic. We soppen het bloed van de gordijnen en gaan aan de slag voor de resterende punten. Dan gaat de bel. Nieuwe ronden, nieuwe kansen.

Overigens, er zijn nog steeds mensen die soms ruzie zoeken met de leiding. Omdat ze het niet eens zijn met de indeling van de partijen. Stop daar nou mee! Het telt niet mee voor de competitie, er worden geen prijzen uitgedeeld en er staan geen scouts langs de baan om je naar Roland Garros te slepen. Het gaat nergens over. Als er op een mooie woensdagavond zo’n veertig mensen of meer meedoen, probeer dan maar eens iedereen het honderd procent naar de zin te maken. Dat gaat dus niet. Waar gehakt wordt vallen spaanders. C’est La Vie.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.