Duitse middelgebergtes – Naila

Toch weer een hotel. In Naila. Waar? Naila! Een gat ergens in het Thüringer Wald. En dat kamperen dan? Tsja, het laatste uurtje had ik regen. Het is volledig bewolkt en er lijkt meer nattigheid uit te gaan komen. Uit de lucht, dus. Had ik al ergens geschreven dat ik geen zin heb om te gaan zitten kloten met een tentje in de regen? Nee? Nou, ik ga dus niet zitten kloten met een tentje in de regen. Het is tenslotte Urlaub. Auch für mich. Of mir. Weet ik veel. Ik was op tien kilometer van de geplande camping maar vanwege de nattigheid heb ik het eerste hotel gepakt dat ik hier tegenkwam. In Naila dus.

De hotelkamer heeft alleen een ligbad. Geen douche. Olga en ik zijn geen bad gewend. Toen we ons huis kochten zat er zo’n tobbe in maar die gebruikten we nooit. En op zeker moment hebben we die er maar uit laten halen. Wij douchen. Punt. Maar nu heb ik dus alleen zo’n ligding. Ik laat hem vollopen. Je mot toch wat. En eindelijk… daar lig ik dan. Me de tandjes te vervelen. Ik snap weer waarom wij het niks vinden. Ik kijk eens wat rond. Zal ik mijn mobiel pakken? Dan doe je tenminste iets. Maar nee. Ik heb teveel detectives gezien waarin het slachtoffer werd geëlectrocuteerd in een badkuip. En de accu van mijn mobiel is volledig opgeladen. Bloedlink. Na tien minuten ben ik er klaar mee en doe pogingen uit dat glibberige ding te klimmen. Da’s nog een opgave zeg! Tenslotte ben ik weer aangekleed en kan ik op zoek naar iets eetbaars. Er schijnt een Italiaan om de hoek te zitten. Mooi.

Het hotel gisteravond, in Heidenau, was prima. Lekker gegeten. De dame liep haar benen uit haar kont om het iedereen naar de zin te maken. En vrolijk en attent blijven hè. In die warmte. Vind ik stoer. Heb ik op zeker moment ook tegen haar gezegd. Ze was blij met het compliment.

Hoe het ging vandaag.
Ik ben al vroeg op. Om even over achten rijd ik weg. Het idee is om eerst de Bastei te bezoeken en daarna via Tsjechië terug naar het westen te rijden, naar een camping in het Thüringer Wald. Voor de Bastei moet ik een twintig kilometer terug naar het oosten. Eigenlijk moet ik heen en weer. Alleen om dat spul te bekijken. Maar ik heb de Bastei al lang op mijn verlanglijstje en ik ga gewoon inderdaad heen en weer rijden. Heen dwars door Dresden. Met een hoop stoplichten. Die erg lang op rood staan. Verkeersafhankelijke lichten is te modern voor Duitsland. Dat kennen ze niet.

Ik kan niet goed uitleggen wat de Bastei precies is. Rotsen. Dat is zeker. Maar op een eigenaardige manier uitgesleten en gevormd. En lang geleden hebben mensen er een burcht tussen gebouwd. Dat dus. Op Google vindt je het meteen. Het hele spul is adembenemend mooi en indrukwekkend. En daarom is het ook een commerciële bende waar de honden geen brood van lusten. Restaurants met grote terrassen die veel geld rekenen voor simpele drankjes. Want onder normale omstandigheden is het er vergeven van de Chinezen. Met hun camera’s. Voor hun duizenden selfies. En de Amerikanen. Awesome! Maar… Corona. De Chinezen en de Amerikanen en al die andere toeristen zijn er niet. Als ik het gebied nader en het eerste grote parkeerterrein zie, van de velen, is het leeg! Komt misschien ook omdat ik vroeg ben: half tien. Ik rijd door naar het laatste parkeerterrein en vanaf daar is het voor alle verkeer afgesloten. De laatste tien minuten moet je lopen. Ik parkeer de KTM en hang mijn helm aan het stuur, gezekerd met een kabelslotje. Alle echt belangrijke spullen (portemonnee, telefoon, paspoort) steek ik bij me. De rest laat ik achter. Helemaal lekker zit het me niet maar geen keuze.

Dan zie ik de Bastei. En ik loop er rond. Ik koop een kaartje voor toegang tot de vele loopbruggen. En ik snap het. Van die Chinezen en die Amerikanen. Dat ze helemaal uit Verweggistan hier naar toe komen. Want adembenemend! En indrukwekkend! Zeer! Ik neem ruim de tijd en kijk m’n ogen uit. En ik zweet me de tandjes want met achtentwintig graden in een dikke spijkerbroek en een zwart shirtje rondsjouwen… Na ruim een uur vertrek ik. Met een berg foto’s en filmpjes. Terug bij de motor zit alles er nog op en aan. Dan weer rijden.

Tsjechië in. Het eerste stuk is prachtig. Ik kom door een paar skigebieden op duizend meter hoogte. Maar wat later beland ik op een soort snelweg en dat bevalt me niet. Ik heb het zelf weken geleden zo gepland en ik zal er een reden voor gehad hebben, maar nu vind ik het niks. Ik zie ergens een parkje, rijd erheen, parkeer de motor, pak de laptop en knutsel de route om. Ik wil de bossen en de heuvels in. Dat lukt. Na een kwartier rijd ik… door de bossen en de heuvels. En op hoogte want de temperatuur is zo’n vijf graden gezakt. Heerlijk. Nu weer prachtig rijden! Schitterende natuur!

Een slingerweg over een soort hoogvlakte. Prachtige vergezichten. Ik zie iets dat ik fotogeniek vind. Even terug. Stoppen en omdraaien. Ik moet een beetje heen en weer steken en kijk naar de grond. Zijn dat mijn voetafdrukken? Gesmolten asfalt? Zo dan! Ik rijd een stukje terug, doe mijn fotomomentje en moet opnieuw heen en weer steken om weer om te draaien. En nu maak ik een foutje. De berm naast de weg is smal en stijl. Een meter lager kabbelt een pittoresk beekje. Ik steek de motor teveel achteruit en voel ineens het achterwiel wegzakken. Ik weet de brommer nog wel op te vangen en vast te houden maar terug de weg op… gaat niet. Het achterwiel slipt weg. Geen grip. En daar sta ik dan. Een tegemoetkomende auto ziet me tobben en stopt. Een zetje is inderdaad welkom. Maar bij een nieuwe poging in de eerste versnelling krijgt het wiel ergens grip en zie ik kans de motor weer de weg op te krijgen. Job done. Ik bedank de automobilist vriendelijk en vervolg mijn weg. Bij volgende fotomomentjes let ik beter op waar ik de boel parkeer.

Dan worden de gekozen binnendoorweggetjes slecht. Veredelde karresporen waar ze asfalt overheen gesmeerd hebben. Ook dat is Tsjechië. Het wordt rijden op een wasbord. En dat zo’n dertig kilometer lang. Ondanks de Comfortstand van de KTM-vering rammelen de vullingen uit mijn kiezen. Veertig km/u is hard. De bonus? De natuur. Die is werkelijk fantastisch mooi. Ongerepte wouden met kabbelende beekjes. Maar na haast een uur schudden en bonken ben ik er toch wel een beetje klaar mee. Dan de grens weer over, Duitsland in. Voor het laatste uurtje. Met nu goede wegen.

Lees boven verder….

Alle berichten

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.