Alleen naar de Pyreneeën – dag 24. Bijna beroofd in de supermarkt!

Steven en ik zijn in Pontarlier. We hebben ingecheckt in een Ibis. Niet in de Budget, want dat is wel héél kaal en simpel, maar in de gewone Ibis. Iets duurder maar meer service. En jazeker, de kamer is keurig en oogt vrijwel nieuw, modern sanitair, we klagen niet. Er is een prettige lobby met bar zodat ik comfortabel mijn stukje kan schrijven. Onder het genot van een Grimbergen. Naast de Ibis zit een Casino Hypermarkt. Steven vindt die dingen leuk. Ze doen hem aan vakantie denken. Ik heb werkelijk geen flauw idee in welk opzicht. Ik probeer juist met een grote boog om die zaken heen te lopen. Maar Steven wil vanavond een snack en dus wil hij even kijken. Prima. Ik ben mild. Wij naar binnen. Het liefst draai ik om en ga ik meteen naar buiten. Twintig kassa’s op rij, voor het afrekenen van de sandalen, of de vier onderbroeken, of die ene autoped, of dat leuke dressoir. Zo’n zaak is het. Maar Steven wil een snack en dus zoeken we de chips afdeling. Na dertig gangpaden en drie kilometer lopen: gevonden! Ik vind cashewnoten lekker. Als ze gezouten zijn. We ontdekken ze en zien tot onze grote verbazing de prijs. Een zakje van tweehonderdtwintig gram moet acht euro vijfentwintig kosten. Nee. Ik lieg niet. Zie de foto. Dit is diefstal. Ik kijk waar de man van de beveiliging staat. Die is hiervoor opgeleid. Maar hij staat aan de andere kant van de winkel. Ik ga niet dat hele tyfuseind lopen. We slaan de noten over. Dan maar geen noten. Maar Steven bekijkt andere prijzen en inderdaad, dit is een criminele bende. Gelukkig vindt Steef nog iets betaalbaars, voor zover je daarvan kunt spreken. Afrekenen en snel naar buiten. Wat ook opvalt: de zaak is vrijwel verlaten. Misschien omdat het zondag is? Of toch die prijzen?

Hoe we in Pontarlier gekomen zijn? Rijdend, uiteraard. Vanaf de vakantievilla in Saint-Amé, waar nog steeds de auto met aanhanger staat geparkeerd in afwachting tot we terugkomen. Vrijdagmiddag aanstaande. We zijn vanochtend om iets over acht vertrokken. Best vroeg. Dat heeft met de voorspelde regen te maken. Ik heb samen met Steven een route gebakken die eerst door de Vogezen slingert en  dan naar het zuiden door de Doubs (een soort Jura maar dan anders) met Pontarlier als eindpunt. Het idee is om tenslotte deze week een paar pukkels in de Franse Alpen te bekijken. Maar die regen, die krijgen we toch. Als we Gerardmèr voorbij zijn en we aan de Route des Cretes beginnen begint het te spetteren. We trekken de regenpakken aan. In tegenstelling tot vorig jaar heeft Steven nu gelukkig wel een fatsoenlijk regenpak. Een meevaller is dat het bij spetteren blijft. Zeiknat worden we er niet van.

We doen de verplichte nummers zoals de Col de la Schlucht, de Grand Ballon en de Col d’Alsace. Iedereen rijdt dit als hij of zij in de Vogezen is maar daarom is het nog geen straf. We moeten een beetje oppassen op de natte wegen maar de omgeving is en blijft prachtig. We stoppen voor foto’s, voor een kop koffie, voor een laat ontbijt bij een patisserie, we genieten van de mooie uitzichten die we krijgen en we hebben het best naar ons zin. Omdat ik al vaak in de Vogezen heb rondgereden herken ik van alles. Dat roept mooie herinneringen op.

Als we ter hoogte van Belfort de Vogezen verlaten wordt het een soort van droog, de wegen drogen op en we krijgen wat beter weer. Ik krijg bordjes in het oog die wijzen naar “Chateau de Belvoir”. Een kasteel dat in de Doubs ligt. Als we er in de buurt komen stel ik Steef voor om er even te gaan kijken. Ik vind zoiets altijd leuk. Steven vindt het best. Als we er aankomen is het uitzicht fenomenaal maar het kasteel kunnen we niet in. Het blijkt privé eigendom. Te bezichtigen alleen op afspraak. Zouden die Meilandjes stiekem? Zou makkelijk kunnen. Als het geld oplevert… Ik kijk door het gesloten hek en zie iemand lopen. Is dat Martien? Nee. Kan niet. Het achterwerk van deze kerel is drie keer zo breed. En ik mis dat idiote sjaaltje. De lucht breekt open en de zon komt door. We trekken de regenpakken uit.

Het laatste uur naar Pontarlier laat ik Steven voorop rijden. Hij heeft de route in zijn Garmin, net als ik. We krijgen mooie, droge slingerwegen waarop we een leuk tempo kunnen rijden. Steven stuurt prima! Niets op af te dingen. In een knijpbocht gaat Steven even de (beruchte) fout in. Hij komt wat te wijd uit en moet corrigeren. Dat doet ie keurig en er is gelukkig geen tegenligger. Het overkomt iedereen en dan is een mazzeltje nodig. Steven leert er van en daarna gebeurd het niet meer.

Plan maken voor morgen. Het zal richting Annecy moeten willen we in de Alpen geraken. De weersverwachtingen zijn nog steeds ruk. Maar wie weet hebben we mazzel. Eerst naar de Buffalo Grill voor een stukje vlees. Er is ook een Mc Donalds (zoals vaak bij Ibis) maar daar heb ik geen zin in. De Grill is tien minuten lopen. We zijn getraind. Want we hebben de supermarkt gedaan.

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.