Alleen naar de Pyreneeën – dag 21. Omhoog naar Digoin

Vroeg wakker. Meteen inpakken want rit van ruim zes uur. Waarheen? Naar Digoin. Een plaats van niks ongeveer halverwege Camping Moto Dordogne, waar ik nu zit, en de Vogezen. Naar het geboekte vakantiehuisje waar ik morgenavond moet zijn. De afstand is driehonderdzestig kilometer, over de Route Nationale en, voornamelijk, over Routes Departementale. De laatste zijn lokale wegen die minder druk zijn. Hoop ik. Digoin, dus. Ik weet niet eens in welke provincie dat zit. Of hoe heet zoiets in het Frans? Waarom dan dat gat? Nou… omdat het halverwege is. Dus.

Afrekenen en gedag zeggen. Ik heb het op camping Moto uitstekend naar mijn zin gehad. Ontbijt sla ik vandaag even over. Kost me teveel tijd. Om half negen rijd ik het terrein af. Het is grijs weer, een beetje mistig. Daardoor drupt er ook steeds water uit de bomen. Ik dacht eerst dat het regende maar dat bleek niet het geval. De tent zit dus wel zeiknat in de zak. Dat komt vanavond dan wel weer goed. Na nog geen vijf minuten rijden zie ik een patisserie. Ik scoor een gevulde croissant en een flesje jus d’orange. Mijn ontbijt. Dan verdwijnt de mist, komt de zon door, krijg ik blauwe lucht en een temperatuur van pakweg twintig graden. Mijn leren pak blijkt een goede keuze. Het is perfect rijden zo. Dat weer houd ik vrijwel de hele rit.

En die rit is genieten. Ik heb geen enkele moeite gedaan om iets bijzonders met die route te doen. Gewoon Digoin als bestemming, tolwegen en snelwegen vermijden en dat is het. Garmin maakt er iets leuks van. Alleen rond de grotere steden krijg ik wat meer drukte maar voor de rest heb ik de meeste wegen vrijwel voor mezelf. Geen priegelwerk op geitenpaden, niks kappen en draaien, niks haarspeldbochten, gewoon lekkere lange, brede, overzichtelijke slingerwegen door een prachtige, gevarieerde omgeving. Wegen waarop ik een lekker tempo kan rijden. Zo. Dat was weer de reclame voor Frankrijk. Het lekkere tempo maakt dat ik al om half drie in Digoin ben. Sneller dan verwacht.

De camping is snel gevonden. Een Municipal. De receptie is gesloten maar ik zie caravans staan en ik hoor gerommel in de doucheruimtes. Ik roep even en meteen komt er een dame naar buiten. “Reception?” probeer ik. “Oui” zegt de dame. Ze doet de deur open en ik kan inchecken. Dan verkennen. Eenvoudig sanitair maar het is schoon en het werkt. Ik mag zelf kijken waar ik het tentje neerzet. Wat opvalt is de enorme hoeveelheid losse bladeren overal op de grond. Ik zie een plek dichtbij een stroompunt en besluit de tent maar gewoon op die bladeren te zetten. Het is in ieder geval lekker zacht en het houdt het grondzeil schoon. Maar al die bladeren, dat heeft een reden. Als ik mijn boeltje klaar heb en naar het toiletgebouw wandel word ik aangesproken door een Nederlands echtpaar dat er met een caravan staat. “Wilt u iets drinken?” vraagt de vrouw. “Nou…graag!” antwoord ik. En zo zit ik ineens aan het bier. En vertel ik kortb en bondig over mijn vakantiebelevenissen. En krijg ze weer terug. Leuk. En dan blijkt dat de camping drie dagen geleden is getroffen door noodweer. Een zware hagelbui. Het echtpaar heeft het gelukkig zelf niet meegemaakt maar hoorde de ervaringen van anderen. De vrouw wijst naar enkele caravans, campers en auto’s die her en der staan. Als ik erlangs loop: inderdaad. Poffertjespannen. Voorruiten die aan diggelen liggen. Ik spreek een ander Nederlands echtpaar dat wél getroffen is en die vertellen over zoveel kabaal van de hagelstenen dat ze elkaar niet eens konden verstaan.  Verzekeringsperikelen, vervangend vervoer regelen, repatriëren, gedoe, ellende. De hagelstenen hebben ook flink wat bomen beschadigd. Vandaar al die bladeren. Men heeft nog geen tijd gehad het op te ruimen.

Ik wandel naar het centrum van het dorp. Inmiddels is de lucht betrokken. Het is grijs en er wordt nu en de komende uren regen verwacht. Ik zie forse buien hangen. Hmmmm….dan ga ik niet met mijn pannetje zitten klungelen. In het dorp vind ik een restaurantje annex pizzeria. Het ding zou om zeven uur open moeten gaan. Dan heb ik nog ruim de tijd. Terug op de camping spreek ik opnieuw de Nederlanders met de poffertjescaravan. Ik vertel ze over de gevonden pizzeria en mevrouw weet te vertellen (ze spreekt prima Frans) dat het geen gewone pizzeria is, maar een restaurantje van een Parijse sterrenkok die geen zin meer had in alle drukte en hier voor zijn plezier is neergestreken. Wat je voor je plezier in Digoin zoekt begrijp ik niet helemaal, maar wat je niet begrijpt dat moet je bewonderen, zeg ik altijd. Die Nederlanders zijn nieuwsgierig naar hoe ik dat precies doe, met dat tentje en zo. Ze testen mijn uitvouwstoel en ze vinden het een geweldig ding. Ik ook. We hebben een leuk gesprek.

Een paar uur later. Het weer is volledig omgeslagen. Van zware grijze regenwolken naar strakblauw en zon. Die voorspellingen, daar komt niks van terecht. Ik hoop dat dat even zo blijft. Het is rond zeven uur en ik loop opnieuw naar dat inmiddels beroemde pizzatentje. Als ik er aankom staat de maitre in zijn witte koksjas voor de ingang met een monnik. Ik kom nogal resoluut op ze afgestapt, immers, ik weet waar ik heen wil, en vraag aan de maitre of “er nog plek is voor een simpele Nederlandse toerist.” In het Frans, natuurlijk. Met dank aan Google. Maitre en monnik kijken elkaar verbaasd aan en schieten in de lach. De maitre vind me leuk. Ik ook. Ik mag naar binnen en krijg een VIP behandeling. Soort van. Ik heb al een tijdje door dat een brutaal mens de halve wereld heeft.

Als ik, eenmaal weer buiten ben en een rondje om de kerk loop (letterlijk) valt op hoeveel schade de hagelbui ook aan het dorp heeft toegebracht. Vele daken zijn van dekzeilen voorzien en een brandweerploeg is met hoogwerkers druk bezig de boel aan te spannen. Poeheee. Nee, ik maak geen foto’s. Ik ben niet zo van dat ramptoerisme.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.